Priego de Córdoba
Vroeg op. Alleen de stier was al wakker in Ronda. En de vogels, als altijd opgewekt. Het verschil tussen een reiziger en een toerist blijft fascinerend:
de reiziger weet nooit precies waar hij heen gaat, de toerist heeft dat al maanden geleden vastgelegd, inclusief lunchpauze. Dus stelde mijn toerist in alle vroegte voor om nóg een wandeling door Ronda te maken. Op zich had dat een idee van een reiziger kunnen zijn, ware het niet dat de zon nog niet op was. En erger: ook de rest van de dag was de zon dat niet van plan. En dat in Spanje! Dat voelt toch een beetje als een paella zonder konijn. Na Ronda reden we langs de flamingo’s richting Antequera, de stad met, naar verluidt, de meeste kerken van het land. Ze waren allemaal dicht. Wel was er een tentoonstelling van Barbiepoppen die scènes van beroemde schilderijen uitbeeldden. Verrassend fraai en eerlijk gezegd een verademing na de eindeloze kerststallen die overal de dienst uitmaken. Barbie als Vermeer, als Liechtenstiein, als Warhol. Daarna Priego de Córdoba, bereikt via wegen omzoomd met meer olijfbomen dan er Chinezen op aarde zijn. Priego zelf leek bij aankomst tamelijk onopvallend, maar bleek een cadeautje te verbergen: een ommuurd oud centrum met steegjes die zo smal zijn dat je schouders klem komen te zitten en overal bloempotten waar zelfs een begonia zelfvertrouwen van krijgt. Het grijze weer bleef hardnekkig hangen, dus besloten we door te rijden naar Córdoba. Maandag staat daar de Mezquita op het programma, iets om naar uit te kijken. Voor ons hotel bleek de kermis te zijn neergestreken, zoals trouwens overal in het land. De geur van churro’s, gefrituurd in olie, die vermoedelijk Franco al heeft meegemaakt, kwam ons tegemoet. Ik kan het inmiddels niet meer ruiken. Maar goed. Het was weer een mooie dag in Andalusië. Zelfs zonder zon.