Bordertown Turtuk

 

Bordertown Turtuk

Het was bijna een soort colonne. In de vroege ochtend reden we met een lange sliert auto’s richting Turtuk. We zijn duidelijk niet de enigen die op weg zijn naar dit meest noordelijke grensplaatsje van India, ingeklemd tegen Pakistan. De Indiase toeristen hebben grofweg twee doelen. Sommigen willen vooral zo dicht mogelijk bij de grens komen, anderen laten zich verleiden door Turtuk zelf: de oude straatjes, kleine musea, groene velden en de bijzondere sfeer van dit ooit zo afgelegen dorp. En natuurlijk zijn er de twee vrouwencafés. Opvallend genoeg zitten daar vooral mannen. De weg is allesbehalve rustig. Lange colonnes legervoertuigen beheersen het landschap. Zodra zo’n colonne eraan komt, gaat iedereen zonder nadenken opzij. De zware trucks en terreinwagens wijken voor geen centimeter. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom. Dit is een grensgebied waar de aanwezigheid van het Indiase leger overal voelbaar is. Toch is er ook een andere kant. Om iets terug te doen voor de lokale bevolking brengen en halen militairen kinderen uit de dorpen naar school. Een klein gebaar, maar hier, waar afstanden en omstandigheden allesbehalve eenvoudig zijn, maakt het een wereld van verschil. De hele dag rijden we langs de Shyok, de rivier die zich als een zilveren lint door het landschap slingert. Het ene moment ligt het water bijna volmaakt glad, even later verandert het in een kolkende, wilde stroom. Vanuit de gletsjers komen talloze riviertjes naar beneden. Hun water is wit of bijna lichtblauw en vormt een spectaculair contrast met het bruine, soms bijna grijze water van de Shyok. De rivier wordt op verschillende plekken overspannen door bruggen die hun beste tijd duidelijk hebben gehad. Er mag bovendien maar één auto tegelijk overheen. Maar uiteindelijk zijn het niet de wegen, de bruggen of zelfs de rivier die de meeste indruk maken. Het zijn de bergen. Ze zijn overal. Reusachtig, kaal en ongenaakbaar. Hier hoef je niet veel moeite te doen om je klein te voelen.