Luzern Art

 

Luzern Art

We begonnen bij het Kunstmuseum Luzern. Het museum ligt tegen het station aan, om reizigers direct cultureel verantwoord op te vangen voordat ze weer verdwijnen richting de chocoladewinkels en horlogepaleizen. Dat werkt. Je loopt van de Zwitserse precisie vrijwel rechtstreeks de kunst in. In de zalen hing die typische museumsfeer: mensen die langzaam lopen om intelligent over te komen en bezoekers die nét iets te lang naar een installatie blijven kijken in de hoop dat ze er iets van begrijpen. Zelf begreep ik lang niet alles. Het was zeker niet allemaal het bekijken waard. Helaas. Dat blijft het mooie aan kunst. Niemand snapt het maar iedereen kijkt ernstig. Vooral installaties waarbij je het vermoeden kreeg dat de kunstenaar een moeilijke jeugd én een naaimachine had gehad. Maar af en toe gebeurde het: zo’n beeld dat je onverwacht stil krijgt. Dat is uiteindelijk waarom je gaat. Kunst kijken blijft eigenlijk hetzelfde als reizen: je hoopt iets nieuws te ontdekken, maar meestal komt het weer bekend voor. En daarna weer naar buiten. Luzern in. Langs het meer, tussen de wandelaars, de dagjesmensen en de uiterst goed geklede Zwitsers. Buiten glinstert het meer, toeristen fotograferen de houten brug en de bergen zijn zelf een ansichtkaart. Luzern is een mooie stad, maar je krijgt er wel dorst van. We belanden in de Jazzkantine. Een café dat lang door een Nederlander gerund werd. Hij is trouwens ook de reden dat we in Luzern zijn. Maar daarover morgen meer. Met een grote groep gingen we pizza eten bij Italianen van een linkse signatuur. Ze hadden hier hun clubhuis. De wijn vloeide rijkelijk.