Boats that stay and boats that leave

21-1-2017


Saleman, Seram

Het ging snel allemaal vanochtend. Banda bound boot was defect en nu bevond ik mij op het Motor Vessel Priscilla 88 op weg naar Seram. Het mystieke moedereiland van de Maluku. Hier komt alle leven vandaan gelooft men. En de mensen in het binnenland kunnen vliegen en hebben magische krachten. Er wonen er maar 200.000 op een eiland half zo groot als Nederland. Het is geen makkelijke bestemming. Weinig wegen, weinig faciliteiten en vrijwel geen toeristen. We varen vlak langs de Lease eilanden, wel een mooie, makkelijke bestemming met volop keus voor de moderne toerist. Maar ja, even niet aan gedacht. Ik blijf maar naar mijn kant kijken waar ik in de verte Seram zie liggen, geen dorpje te bekennen, slechts groene, diepgroene jungle. Stopt die kloteboot ook nog bij het mooiste Lease eiland Kota Saparua. Maar daar brachten ze een dode aan wal wat natuurlijk ongeluk brengt wat mijn keuze weer wat draaglijk maakte. Ik schikte mij en zag uit naar een nieuwe onverwachte bestemming.


Hier op Seram hebben de voorouders van de Ambonezen de Adat ontwikkeld. De gewoonten en gebruiken waarna geleefd dient te worden. Als je de adat schent wekt dat de woede op van je voorouders en dan ben je nog niet jarig. Ik las ook dat volgens de overlevering de landbouw op Seram is ontstaan. Het door haar geliefde afgewezen meisje, Hainuwele, wilde gedood worden, in vieren gehakt en begraven. Uit haar lichaamsdelen ontstonden vervolgens diverse knolgewassen die nu het dagelijkse dieet vormen. Rijst wordt er niet veel gegeten. De oorspronkelijke bewoners worden Alfuren genoemd, een wild en krijgshaftig volk wat tot in de jaren zeventig nog koppen snelden. Alhoewel hun naam in het Portugees ‘wilde’ betekende en ze er een levensstijl op na hielden die de kolonialen sterk afkeurden dragen ze hun naam nu met trots. Ze hebben meer met de Papua’s dan met de het het Maleise bevolkingsdeel.


Op Seram aangekomen zat ik bijna direct achter op een brommer die mij naar de hoofdstad bracht vanwaar ik een bemo kon nemen naar de noordkust. Daar ligt de Sawai baai, het mooiste wat Seram te bieden heeft. Schijnt. Die bemo wilde maar niet komen en ik werd van het kasje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk onderhandelde ik met een grote groep sjacheraars over een taxi en ik werd voor 300.000 gebracht. Veel dacht ik toen maar eenmaal in het noorden aangekomen bleek de normale prijs 700.000 te zijn. Het voelt pas als missen als je dat hoort, tevoren had ik mij er nog onder getrokken gevoeld. Zo zie je maar het betrekkelijke van geld. De rit was overigens magisch door het overdadige junglelandschap, het was een echte groene trip van de geest. Meer dan twee uur alleen maar machtige bomen en kronkelende wegen. Bij een splitsing moet ik kiezen welk deel van de baai ik wilde bezoeken en ik koos rechts. Een goede keuze. Saleman heet het dorpje en er is een prachtig resort even varen aan de andere kant van de baai. Helaas was het geval vol. Een plaatselijke entrepreneur voorzag in dit probleem en had pardoes voor de kust, in het water, drie prachtige hotelkamers op palen gebouwd. Hij had nog plek. Toevallig waren er nog een Nederlands stel en een Indonesisch stel tevergeefs op de boot naar Banda afgekomen en hadden precies hetzelfde idee gehad als ik; dan maar naar Seram. Onze losmen eigenaar kon zijn geluk niet op, volle bak. En zijn vrouw kookt de sterren van de hemel. Dit is paradijs.


Een mooie wandeling door het dorp en een klim naar een uitzichtpunt waarvandaan je twee miljoen vleermuizen de avondlucht in zag vertrekken maakte de dag compleet. Die vleermuizen schijnen vliegende honden te zijn in werkelijkheid maar dan wel hele kleine.

 

 

Geef een reactie