Back in Bangkok and through to Chiang Rai

11-1-2017


2017-01-11 ChiangRai

Weer eens terug in het noorden van Thailand. Eens kwam ik hier een aantal malen per jaar maar dat stopte abrupt in 2011. Ik ga even wat herinneringen ophalen aan deze qua natuur zo mooie provincie. De vlucht naar Chiang Rai vertrekt met een eerbetoon aan de overleden koning die altijd in het hart van de Thai zal blijven voortleven. Twee dagen Bangkok, en buiten de 2,5 uur die ik in de stoel van Dr. Dusit, mijn tandarts, doorbracht heb ik voornamelijk gelopen. En als ik loop nemen mijn benen het over en wandel ik mijn gedachten. Maar toch ontkwam ik niet aan die onbeschrijfelijk vele afbeeldingen van de koning van de Thai, Bhumibol, waar je ook keek zag je de soms enorme afbeeldingen of de kleine altaartjes met witte bloemen. Al 35 jaar kom ik hier en nog nooit was hij zo aanwezig, alweer maanden na zijn dood. Zijn zoon, de nieuwe koning, zag ik geen enkele keer afgebeeld. Maar ja de Thai hebben smaak en dan laat je het onsmakelijke achterwege. Ik liep door. Door Bangkok met zijn ontelbare verlokkingen en dan bedoel ik deze keer niet de vrouwen die zich aanbieden of de nog talrijker dan de koningsbeelden aanwezige massagesalons maar de pracht en de praal van de vele shoppingmalls, de kitscherige maar fraaie tempels, de weelderige parken en de vele winkels met prachtige kunstvoorwerpen. Bangkok inspireert je zinnen telkens weer. Het is in vele vormen een wellustige stad. Veel straten hier kan ik bijna dromen. In tegenstelling tot veel anderen koester ik deze stad die ik heb zien uitgroeien tot het monster wat het ook is. Monsterlijk groot, druk, vuil, vluchtig, prozaïsch maar ook mooi, intiem, bijzonder, poëtisch. Ik schopte alle vraagtekens die in de weg liepen opzij.


En dan nu in Chiang Rai en omgeving. Terug in een verleden. Ik ben vaak, zo niet altijd, onderweg. Dat is een keuze en ik kom er niet echt achter of dat mijn keuze is of een onontkoombare keuze. Mijn verslag van deze dag in het noorden is een rampzalig verhaal. Het regent hier. En niet zo’n beetje. De stortregens zouden niet misstaan in de regentijd maar dat is het nu niet. Het behoort zonnig en droog te zijn. Ik besluit niet de bergen in te gaan maar het weinige Chiang Rai wat ik nog niet ken te gaan bekijken. Met het eerste museum ben ik snel klaar, niet omdat het het niet bevalt maar omdat het een openluchtmuseum is. Kletsnat en druipend zoek ik mijn auto weer op. Het tweede museum is voor een deel binnen maar ik krijg tante Nok mee die alles weet wat ik ook weet en dat breedvoerig aan mij uitlegt. Zelf veel gelezen over het Lanna Kingdom en ik laat haar maar praten. Ze bedoeld het goed. De stichter van het museum is een oude edelman die uit heel zuidoost Azië alles verzamelt heeft met de diverse koningshuizen als achtergrond. Kitsch ontbreekt niet en overdadig is een understatement. Gaat het zien! Oub Kham Museum maar alleen als het regent!


Ik zit in een soort van bar, Platitude 19, een paar tafels verder een Amerikaans echtpaar. Ik lees een boek, een moeilijk boek waar ik mijn aandacht bij nodig heb. Het gaat over filosofie en psychoanalitica. Onder andere over het leven van Nietsche. De Amerikanen zitten om een gesprek verlegen en stellen de gebruikelijk vragen. Where you from, you are here on business, yes we know Holland, we know Boskoop, and Utrecht. Het gaat maar door. Waarom ik alleen reis, zouden zij niet kunnen. Zo eenzaam. Maar ik wil lezen wat niet lukt met steeds die vragen. Al ze het samen zoveel beter hebben dan ik waarom moeten ze dan met mij praten en niet met elkaar? Gezelschap prima, maar dan wel zelf gekozen. Hier kan en wil ik niets mee. gelukkig gaan ze na een half uur weg.

Geef een reactie