Ywapu

24-12-2011


Ywapu

Ja, en toen had ik het weer gedaan. Een trekking geboekt. Alleen was geen optie begreep ik van Lily en Harri (haar neef). Geen gidsen genoeg. Na veel gehakketak en gedoe werden er twee groepen gevormd van de negen mensen die zich graag lieten pijnigen. Vreemd genoeg bleek het een Burmese gewoonte die te verdelen in één groep van zes en de andere, mijn groep, van drie. Later bleek dat Harri per persoon moest betalen voor de andere gids dus die verdeling was volkomen logisch. Punjabi mensen, Lily en familie, zijn Sikhs, hebben een natuurlijke neiging om het beste met zichzelf voor te hebben, financieel gezien. Maar wie niet? Zij verbergen die eigenschap echter totaal niet. Ze dragen bijvoorbeeld een loep bij zich om ieder dollarbiljet aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen. En alleen gladgestreken en fonkelnieuwe komen door de keuring.


De hele groep van negen was vrij internationaal. Een jong Israëlisch stel, Saray en Shay, twee Nederlandse vrouwen Wendy uit Utrecht en Renée uit Tilburg, een Cambodjaan die een groot deel van zijn jeugd in Vietnam gewoond had, Phi, en een Vietnamese, Melanie, die diezelfde jeugd in Cambodja doorgebracht had. Nu woonden ze in Frankrijk. En 'last but not least' Steve en Corey, daar waren ze weer, uit Alaska en Connecticut USA. Ik had het getroffen, bleek, met de Israëliers. Onze gids had een moeilijke naam maar werd Dance genoemd. Hij was op teenslippers en in pyjama en we gingen op weg. Ik dacht al "dat wordt niks met die groepen, wij lopen gewoon gelijk op" toen Dance plots rechtdoor liep waar de anderen afbogen. Mijnheer moest nog ontbijten en omkleden. We begonnen meteen te klimmen en eindelijk aan het einde van de klim woonde Dance. Moeder Dance had thee en hijzelf nam de tijd. Na een half uur begonnen we echt. Een klein uur later hadden we de anderen echter al ingehaald. En we arriveerden ruim voor de grote groep bij de lunchplek. Er was meteen onderscheid; de 'slow' en de 'fast' groep. Dit zou ons later nog opbreken. Dance gunde ons weinig rust bleek en hij wist overal 'shortcuts'. Shortcuts die ons om dorpen heen bleken te leiden en om die dorpjes was het mij nu net te doen. Bergen, landerijen en bossen hebben overal toch teveel gemeen om je daar drie dagen in het zweet voor te lopen. Het enige dorpje wat we de eerste dag aandeden, heette Hin Kha Gone en we zagen alleen maar de laatste huizen van de bebouwing, bleek Bitter Curry Village genoemd te worden. Bij de opening van de bergtop Pagoda was de feestmaaltijd met curry bitter geworden. Dance wilde naar de Pagoda. Hij moest hoognodig en lang bidden. We zagen wat anderen voorbij lopen maar onze zustergroep was in geen velden of wegen te bekennen.
Dance was spraakzamer na zijn gebed maar verder ook vrijwel onverstaanbaar. Wel wees hij steeds in de verte en zei dan "Look Station" of "In five minutes Station". Wij zagen niets. Tot we uiteindelijk bij spoorrails aankwamen en begrepen dat je voor "Station" moest denken aan "Rails". We mochten even blijven kijken van Dance toen er een trein voorbij kwam. Maar daarna was er weer hetzelfde strenge regime. De vijf uur lopen die ons in het vooruitzicht was gesteld, rust en lunch inbegrepen, waren inmiddels ruimschoots voorbij. Maar er was een station. Myindyke Station. Daar mochten we vers water kopen en wat rusten. Er waren best veel lopers op pad dat zag ik wel. Iedereen nam er zijn gemak van maar Dance was onrustig. Hij rook de stal, letterlijk, en wilde nodig wat meer alcohol nuttigen. De hele dag had hij steeds al wat slokjes op. Wilde graag dat wij meededen maar daar waren wij niet voor te vinden. Dance is best aardig, heeft heel zielig zijn vrouw verloren aan malaria met hun kind in haar buik, en is nu kinderloos. In een één op één gesprek is hij wel te volgen maar voor de groep bakt hij er niets van. En hij mist de belangrijkste kwaliteit van een gids, namelijk, de weg weten. We liepen het slaapdorp Ywapu totaal voorbij en moesten toen dwars door de rijstvelden en over te enge bruggetjes ploeteren om helemaal terug te geraken tot in Ywapu.


En toen ontvouwde zich op kerstavond 2011 het aloude kerstverhaal. Dance raakte totaal in de war en we klopten bij diverse potentiële slaapplaatsen aan maar nergens was er plek voor ons. Sommige huizen liepen we vele malen tevergeefs voorbij en we waren al zo moe. Tenslotte vonden we een plek in een soort stal boven de koeien en een constant knorrend varken. Ikzelf speelde een glansrol als de oude Josef en mijn twee Joodse metgezellen zetten een prima Maria en het kindje Jezus neer. Dat het kindje Jezus 1 meter 96 groot was mocht de kerstsfeer niet drukken. Dat deed Mr. Dance met zijn met alcohol gevoede gesnurk later die nacht wel. Josef heeft niet geslapen. We hebben samen met de andere groep nog gepoogd een kerstavondsfeer op te roepen maar dar mislukte eigenlijk totaal. Mr. Dance werd de volgende ochtend ontslagen.

Geef een reactie