One meter beer

25-5-2012


Etosha Animals

Om te beginnen! Het schreeuwt je van alle kanten tegemoet. Één meter bier voor 15 euro. En dan niet van die lullige carnavalsglaasjes die ze hiervoor bij ons gebruiken, nee 'gründliche Deutsche' bierpullen. Waar ben ik in godsnaam terecht gekomen? En dat twee uur na aankomst in Namibië. Bij de landing had je het idee dat je door een wolkendek vloog want er waren nergens lichtjes te ontdekken onder je. Boven je des te meer. Die wolken bleken bedrog, er woont hier gewoon niemand. De sterrenhemel is groots. Op het airport na aankomst een jong stel van het hotel om ons op te halen. Met een foutloos bordje "Welkom Jean Philipse en Jos de Jong". Ik reis eens niet alleen en hiermee een afspraak van 30 jaar geleden ingelost om eens een avontuurlijke reis samen te maken. Het begin is verre van avontuurlijk. Het bordje is het laatste foutloze. Annemiek, het meisje, is de taxichauffeur, de jongen haar vriendje. Alles gaat onhandig al doen ze hun best. De auto is te klein voor vier en bagage, het uitrij parkeerkaartje is niet afgerekend (duidelijk voor het eerst hier) en haar rijbewijs nog vers, lijkt het. Tot overmaat staat haar mond niet stil tijdens de veertig kilometer lange rit en ik houd niet zo van pratende taxi's. Jos al helemaal niet en laat de conversatie aan mij. In Windhoek aangekomen heb ik veel gehoord en weet nog niets. Wel dat je Windhoek zo kort uitspreekt dat er een klank overblijft die klinkt als 'widk'. We willen nog wat eten maar het is al acht uur en dus al laat. Maar de Afrikaans sprekende dame van het hotel heeft een lumineus idee. Joe's Bierhouse! Iedere bezoeker moet er geweest zijn. Het is er geweldig en het eten erg lekker en tot laat open. De naam spreekt ons wat minder aan maar we stemmen maar toe. Honger leidt tot wat meer flexibiliteit. In de auto tijdens de te lange rit er naar toe vertrouwt Annemiek ons nog toe dat het in Joe's Bierhouse zo opwindend is dat alle toerbussen daar ook altijd naar toe gaan. We zijn er nu helemaal klaar voor. Bij aankomst is het nog erger dan we vreesden. Een groot bord: "Onze huiswijn Jägermeister" en de reeds genoemde aansporingen om die meter te bestellen. Verder is het er erg druk en al zien we de toerbussen zo snel niet, de inhoud is hier duidelijk leeggestort. We willen eigenlijk omdraaien maar de taxi is al verdwenen en de honger klopt. Ergens aan de lange banken is nog een hoekje vrij. Gelukkig blijkt het eten niet slecht al krijg je het idee dat de porties eigenlijk voor de hele bank bedoeld zijn. Op de menukaart staan bijna alle dieren waarvoor de halve wereld naar Namibië komt. Blijkbaar zijn overal lekkere biefstukken van te bakken. De inrichting is verder heel voorspelbaar. Hang vreselijke troep aan het plafond maar dan zoveel dat de lelijkheid niet meer opvalt en veel bordjes aan de muur met humor die dat niet is. Wild Afrika en Duitsland zijn het thema. Een wat minder gelukkige combinatie maar dat is alles hier. De gasten zijn zonder uitzondering wit en het personeel zwart maar erg aardig. Bij het afrekenen zie ik de kok op een grote bakplaat een portie gebakken aardappelen bereiden. Hij kwakt er anderhalf pakje boter bovenop. Voor de, goed uitziende, steak is bij het opdienen wel een schaal nodig. In de hoek van de bakplaat ligt nog wat zuurkool te verpieteren. Welkom in Namibië. Onze eerste safari zit erop.

 

Bestelde twee broodjes kaas met tomaat bij het eettentje van de Shellpomp. De voluptueuze, mooi diepzwarte Afrikaanse dame achter de counter vroeg mij in vlekkeloos Nederlands "Warm maken, mijnheer?"
Welkom in Namibië, nu goed. Het zijn mooie mensen hier, trots ook en terecht. De eerste dag hier was er een druk programma. Auto huren, proviand inslaan, meel en suiker voor de Himba kopen en een koelbox en extra jerrycan voor diesel aanschaffen. Als bonus twee opvouwbare, comfortabele ligstoelen erbij gekocht om rustig naar de leeuwen te kunnen kijken. Daarvoor was een hele dag ingepland maar om 12:00 uur was de klus geklaard. Wat doe je dan in Windhoek? Je gaat naar het Daan Viljoen Game Reserve beesten kijken. Bij binnenrijden van het park gaf de Ranger in functie ons heel weinig kans om wat te spotten wat beweegt en niet vliegt. Maar het geluk lachte ons toe en we scoorden wat Kudu's, een grijsbok, rode hartenbeesten en springbokken. Ook een eenzaam blue wildebeest werd ons door twee aardige Chilenen aangewezen. De spanning van het spotten oversteeg ver de visuele waarde van de beesten die we zagen maar het was wel een aardig begin van de stoet aan wild die ons te wachten zou moeten staan.

 

Namibië; ze hebben hier leegte in overvloed en bijgevolg zijn de wegen vrijwel alleen kaarsrecht, zo ver je kunt kijken. Het is een rustgevend land, zen bijna. Voeg daarbij de mensen op het platteland die ook allemaal een grote rust uitstralen en je waant je in een paradijs van stilte. Slechts onderbroken door een kreet van een dier, het huilen van een baby, het blazen van de wind of, nog het meest, de echo van de stilte.
Een rit door die leegheid is wonderschoon, niets dan een landschap van herhalingen voor kilometers en kilometers. Zo nu en dan onderbroken door een simpel rechthoekig, bouwvallig gebouwtje dat dienst doet als bar. Zonder dat je in de verre omtrek een mens hebt gezien staan die hier in grote schoonheid. Niet door de bouw maar door hun opschriften. "Entertainement Bar for Men without Woman",Work Hard Drink Enough" of "Linda, Take Away, Drinks and Sewing Service". Met dat naaien werd echt alleen simpele herstelwerkzaamheden van kleding bedoeld. Maar in de harde werkelijkheid leven er hier erg veel mensen met Aids. En er is kinderarbeid in onze ogen. De Himba hier zien dat totaal anders en als je het deze kinderen zou vragen zou je daar geen klacht over horen. Naast de Himba leven hier tientallen andere stammen en volkeren die, zo te zien, heel vreedzaam samen leven. De zwarte bevolking heeft de politieke macht maar de witte hebben nog steeds bijna alle economische macht in handen. En dat blijft nog wel even zo. Maar meer nog dan Zuid Afrika is het Afrika hier. Dat zie je, dat ruik je. Je ruikt het wild langs de weg, de kampvuren vlak bij de dorpen, de mix van boter, okerkleurig zand en as op de huid van de Himba vrouwen en de reuk van de vele barbecue vuren waar grote lappen vlees op bereid worden. De beroemde 'braai'. Maar vooral leegte en schoonheid is wat je ziet en ervaart hier. De rode zandduinen, de eindeloze steppes met grasland, de witte harde leegheid van de zoutmeren en daarboven de staalblauwe lucht, zonder een wolk te bekennen.


En dan het Etosha wildpark. Blauwe wildebeest, leeuwen, Afrikaanse olifanten, giraffen, springbokken, kudu's, struisvogels, gieren, korte bustards, leopard, Kaapse vossen, jackhalzen, bruine en gevlekte hyena's, gele mongoose, zwarte en witte neushoorns, Hartmann's zebra's en steppenzebra's, rode hartebeesten, steenbokken, aardwolven, gemsbokken, Damara dik dik's, Blackfaced impala, eland antilope, kronenduiker antilope, alle voliëre vogels, arenden, bronsvleugel renvogel...moet ik doorgaan? Twee dagen, twintigduizend wilde beesten. Gelukkig hebben we de foto's nog. Ter controle.

Geef een reactie