Gondar en verder naar Axum

12-11-2010


Mistflarden hingen nog in de bomen toen we vanochtend vanuit Gonder voor een lange tocht vertrokken naar Axum. Van de ene oude hoofdstad naar de andere. Gonder is een betrekkelijk jonge stad. In 1635 heeft ene Keizer Fasilidas  (zijn vrienden zeiden Fasil voor het gemak, zijn tenten hier opgeslagen en de stad heeft voor 250 jaar als hoofdstad gefungeerd. Hij hield erg van kastelen bouwen en binnen de oude muren van de stad zijn nog een stuk of zes exemplaren in redelijke staat te vinden. Die heb ik allemaal bekeken. Je hebt meer het gevoel in Echternach rond te lopen dan in Ethiopia. Zijne Keizerlijke hoogheid Fasil was erg onder de invloed van de Portugezen geraakt in die tijd. Is het toevallig dat juist in Luxemburg erg veel Portugezen wonen? Of raak ik nu historisch en geografisch van het padje? Veel wat Gonder mooi gemaakt zou hebben is in 1888 verwoest door de Dervish uit Soedan. Behalve één kerk, ook nog de meest waardevolle, die door een zwerm bijen, waar de Dervish niet van hielden,  gered werd. Van buiten is er aan deze Debre Birhan Selassie kerk niet veel te beleven maar binnenin is er veel geschilderd wat erg de moeite waard is. Het plafond met 80 hoofden van Engelen is zelfs buiten Ethiopië bekend. Rond de kerk, in de bomen, zaten tientallen gieren geduldig te wachten op de dood van een van de vele oude pelgrims die rond de kerk slopen en hun hoofden tegen de deuren bleven drukken. Terug in het centrum heb ik voor de vierde keer deze reis mijn schoenen laten poetsen. s Nachts op de kamer staan ze prachtig te flonkeren maar overdag ligt er vrijwel direct een dikke laag stof overheen.


Rij aan rij lagen de bergruggen in de verte op ons te wachten. De pieken en de dalen vormden een vreemd soort patroon wat ik in geen enkel ander land zo gezien had. Vlak na Debark doken we werkelijk de diepte in. Er volgde een steile, smalle weg meer dan 2000 meter naar beneden. Het is dat ik meer gewend ben, en de chauffeur kende deze weg goed, anders had ik niet zo kunnen genieten van deze tocht. Eigenlijk stond er een trekking in de Simian Mountains op het programma maar Amara, de chauffeur, zegt dat er in dit land zoveel te zien is dat er hierdoor veel tijd verloren gaat en we niet meer aan het diepe zuiden toekomen. De weg naar beneden bleef spectaculair tot plotseling de weg weg was. De Chinezen zijn hier de wegenbouwers omdat hun goederen vervoerd moeten kunnen worden natuurlijk. Ze bouwen als gekken en zijn niet te beroerd om hele wegdelen de afgrond in te schuiven om daarna gewoon een nieuwe weg te gaan bouwen. Op het moment dat er zo'n 100 meter oude weg in de afgrond verdween stonden wij voor zo'n diep gapend gat met de Nissan Patrol. Ik dacht al in dagen, de chauffeur in uren maar we hadden het geluk aan onze zijde. Aan de andere, en dus de verkeerde kant van het gapend gat stond de baas van het spul. Klaar voor vertrek naar zijn vriendin in Gonder. Dat ligt aan deze kant. Die moest voor het donker daar zijn. Groot materieel kwam van alle kanten aangesneld. Bulldozers, een stuk of zes, draglines en zandschuivers, allemaal begonnen ze te ploeteren. Binnen anderhalf uur lag er een berijdbaar stuk weg. We waren nog net voor het donker in Axum.

Geef een reactie