Godverdomme

2-9-2009


60 ben ik nu. Je zou toch zeggen dat er een soort basis van levenskunst aanwezig zou moeten zijn. Vergeet het maar. Er lag hier weer zo’n berg. De hoogste van Oceanië. In Australië ligt een molshoop van 22zoveel en New Zealand doet aardig mee met iets in de drieduizend. Maar deze hier is 4509 meter hoog. En dan moet ik erop. Maar 4509 is wel vijfenveertighonderdennegen meter. Dat gaat pijn doen daar hoef je geen deskundige voor te zijn. Dat weet ik dus ook en ook dat ik daar spijt van ga krijgen. SPIJT dient dan uitsluitend met Kapitalen geschreven te worden. Vanochtend om half twee op weg. Een half uur na schema vertrektijd voor die Godverdomde zonsopgang maar Peter, de gids, had geen horloge. Hij had nog meer zaken niet maar dat komt met de klim. Peter liep voorop met zo’n headlight en ik erachteraan met een zaklamp. Hij probeerde langzaam te lopen. En dat was nodig, Godverdomme. Het begon meteen zo verdomde stijl dat de spijt direct meeliep en ook niet meer verdwenen is. We starten op 3500 meter en dat is al geen zuurstof paradijs. Maar met iedere meter gaat er weer een streepje van die zuurstof af tot je op een gegeven moment alleen maar achter je adem aan aan het klimmen bent. En zo’n klote Peter,die al hoog geboren is, heeft daar helemaal geen last van. Snapt het ook niet, heeft deze hoop stenen al 35 keer beklommen. Voor 25 Euro. Ik doe het voor niets. 

Het begint met verdomme of shit of allebei tegelijkertijd. Dan komt de spijt en de wetenschap dat je nu nog om kunt draaien. Godverdomme, ik loop door. Dan de uitvluchten, kan makkelijk, knie verdraaid, enkel verzwikt (doe ik altijd en nu wil het niet lukken), last van de hoogte (dat laatste is helemaal waar), maar ik, gek, loop door. Dan de gedachte, gevoed door de hoogte, aan mooie stranden met palmbomen en vaardige handen die je rug kneden, slechts een dag reizen van hier, ik kan nog terug maar loop door. Soms bekruipt je het gevoel om je gewoon maar te laten vallen, is eigenlijk het makkelijkst. De afgronden zijn er diep genoeg voor en de richels meer dan smal. Maar het is nog steeds donker dus daar nog maar even mee wachten. Een mooie view die laatste meters is nooit weg. Peter loopt voorop kijkt om of ik zijn slakkenpas bij kan houden en als hij zin heeft in een biscuit. De gek heeft niets meegenomen en dat niet verteld. Hij eet op één na al mijn biscuits op. Buiten energie leveren ze alleen een plakbek op dus hij mag ze hebben. Soms heeft hij dorst en dan is het toevallig een ‘restpoint’. Hij drinkt de helft van mijn water op. De gek heeft niets meegenomen. Voor het overige kijkt hij vooral naar mijn wandelschoenen. Hebbedingetjes dat is duidelijk. Hij weet inmiddels alles over deze loopwonders. Hij weet echter niet dat ze aan de teen knellen. Ik wel.

 

Jezelf afbeulen is de enige goede benaming die ik kan geven voor deze zelfgekozen horror tocht. Iedere keer denk je dat het een stukje rechtdoor gaat zonder weer hoger te moeten maar die klote îbergen hebben iedere keer weer een etage extra. Ondertussen verteld Peter vrolijk wie waar, hoe en wanneer naar beneden is gedonderd. Ze komen vooral uit de durfal landen zoals Israël, Australië en de USA. Het zijn er veel merk ik op. Ja, maar allemaal zonder gids zegt Peter. Dat is een enorme opluchting. Ik loop door. Verder verteld hij over het vliegtuig dat in 1945 hier tegen de berg te pletter is gevlogen. Ook allemaal dood. We kwamen een van de motoren nog tegen. En ook nog over die arts uit Engeland die hier gestorven is aan een acute astma aanval. Allemaal niet goed opgelet zou je zeggen. Maar ik, ik let wel goed op maar loop Godverdomme wel door. Dan wordt het licht. Kan die verdomde zaklamp uit want die glijdt steeds uit mijn handen waar ik een sok omheen heb gedaan tegen de kou. Tip van Peter. En nu zie ik ook waar ik loop. De eerste 4 uur zag ik alleen stenen waar ik op moest en die regenlaarzen van Peter. Hoe zou dat lopen? Eindelijk zegt Peter iets over de nog te lopen afstand. Daar over die kam zie je de summit. Nog 35 minuten te gaan. We zijn boven op de kam. En ik zie het wonder van basalt of wat voor steensoort ook. Kan me echt niets schelen. Ik schrik me een ongeluk. Dat is niet te doen. Het ding heeft loodrechte wanden. Met bovenop een hekje met een vlaggetje. Maar Peter zegt dat het schijnt te kunnen. De meeste komen boven. Maar die zijn wel allemaal jonger zegt hij er dan fijntjes achteraan. Eigenlijk valt het ook wel mee. Je schoenen en je handen in de juiste richel en op tijd afwisselen en hoger grijpen. Twee keer ging het niet lukken maar dan was daar die laars van Peter die ik diende te grijpen. Ik dacht alleen maar aan hoe het zou §zijn om weer naar beneden te gaan. Altijd lastig dat naar beneden gaan. Toen keek ik op en zat ik met mijn snufferd tegen het bord. Ik was boven. Godverdomme. Het was Godverdomde mooi. 

 

Epiloog.

Naar beneden was een stuk lastiger. Kreeg wel langzaam meer lucht maar minder ruimte in mijn Meindels. Ik voel;de de blaren al zitten daar voor aan die grote tenen. Goed om 11 uur weer in basecamp. Ik mocht even gestrekt. Uurtje maar en daarna  weer drie uur naar beneden. Nu lukte het wel. Zwikte twee keer mijn enkel om. Peter vond een stok en Suwannee deed de zwachtel. Ik kon die avond niet meer eten, had koorts, geen schoenen meer en alleen maar dorst. Peter had Meindels.

Geef een reactie