Domingo

3-9-2011


Acunsion

Zondag is Asuncion uitgestorven stond er in het reisgidsje. Dat blijkt een understatement. Na wat uren rondgelopen te hebben door de totaal verlaten straten ben ik neergestreken in een bar die vergeten was dat het zondag was. Er stond muziek op waar niemand naar luisterde. Waar niemand ooit naar luisterde. Bij de inrichting hebben ze gepoogd alle vorm van smaak uit te sluiten. Het doet pijn aan je ogen. Het is zo'n plek waar mensen die geen doel hebben neerstrijken en blijven zitten. Deze tent is 24 uur per dag geopend. Gezien het aantal aanwezige klanten is dat 20 uur teveel. Dit is ook zo'n plek waar altijd dezelfde mensen op dezelfde tijd op dezelfde plek gaan zitten. En hetzelfde bestellen. Aan de enorm lange bar zitten er twee. Twee krukken ertussenin maar een melkwegstelsel aan afstand tussen hen in. Een Hopperiaans tafereel. Ik zat een tijdje naar hen te kijken maar de enige bewegingen die ze maakten was hun glas naar hun mond brengen en een trek van hun sigaretten nemen. Bewegingen die de tijd bijna stil doen staan. Hier mag nog gewoon gerookt worden. Wat dan ook vrijwel iedereen doet. De een was ongeveer veertig, met een roestbruin pak en een lelijke kop. De ander veel ouder en ook nog veel lelijker. Maar hij had een vaal t-shirt aan met een nog meer gebleekte opdruk van Cinzano. Een Italiaans drankje waarvan ik nog steeds de smerige smaak kan herinneren die ik proefde toen ik zonodig moest weten wat dat was Cinzano. Ik was vijftien toen. Nu drink ik bier. Merk Pilzen. De biermerken hier hebben Duitse namen. Daar ga ik verder niets achter zoeken. Het meeste Duitse bier is lekker.

 

Ik heb me bij de zondag neergelegd. Ik heb bij binnenkomst gezien dat er twee tafeltjes buiten staan met stoelen. Ik vraag aan de norse man achter de bar of ik daar kan zitten. Hij kijkt mij aan of ik gestoord ben. Hierbinnen staat de airco op poolstand. Maar het maakt hem niets uit dat is duidelijk. Ik moet wel binnen bestellen. Voor geen goud gaat hij op deze tijd van de dag naar buiten. Buiten is het behoorlijk warm maar niet onaangenaam, zeker niet vergeleken bij die koelcel binnen. Op een enkele taxi na is het nog steeds uitgestorven op straat. Tussen een paar gebouwen door kan ik de rivier zien stromen. De Rio Paraguayo. Ook die is roestbruin. De rivier is drukker dan de stad. Een paar vrachtboten en een paar luidruchtige cruiseschepen. Op zondag is dat blijkbaar wel een mogelijkheid om je tijd door te brengen. Het zijn meer geluiden dan beelden maar de schepen zitten hoorbaar vol. Even overweeg ik om ook op zoek te gaan naar zo'n boottochtje maar die gedachte verwerp ik snel. Ik loop naar binnen en bestel een tweede biertje. Binnen heeft zich niets bewogen. Weer buiten zit er een toeriste aan het andere tafeltje. Dat ze toerist is leidt geen twijfel, compact camera, gidsje en rugzakje. Zij heeft dezelfde conclusie getrokken want ze spreekt mij aan in het Engels. Ze is Duitse dat is duidelijk. Ik hou me van de domme, geen zin in nu. Wat ik hier doe vraagt ze. Daar ben ik nog niet uit, na twee dagen. Kan moeilijk zeggen "postzegels sparen". Ik leg uit dat ik van reizen hou en het dan niet veel uitmaakt waar je bent. Op mijn wedervraag antwoord ze of ik even heb. Tja, heb Paraguay nog wel een paar weken in de planning staan dus steek maar van wal. Dat doet ze!

 

Ze is hier geboren. Op haar vijfde zijn haar ouders terug gegaan naar Duitsland. Ze kan zich alleen maar zon en blijheid herinneren van die tijd. Maar ze gingen terug naar de DDR, eind jaren vijftig. Daar was geen zon en blijheid. Dat was regen en straf. Veel straf. Ik stel niet de vraag waarom haar ouders 'terug' gegaan zijn en vooral niet die vraag over de heenreis. Maar het zou können, doch? Ze gaat verder. Haar hele leven heeft ze terugverlangt naar dit land, het land waar niet meer over gesproken werd, thuis. En nu, eindelijk is ze hier. Allebei haar ouders zijn nu gestorven en het enige wat haar daarna te doen stond was hierheen te gaan. Ze had geboekt voor een maand. Was van plan alles te gaan zien (ze is inmiddels overgegaan in het Duits). Maar het viel zo tegen. Ze wil mij niet ontmoedigen maar niks geen klaterende, koel blauwe riviertjes, geen dichte groene jungle met allerlei kleurige vogels, geen oude slapende stadjes met alleen maar aardige mensen. Dat waren haar herinneringen geweest van hier en vooral de vele foto's van die jaren. Ze had het als een paradijs voorgesteld en het was niets van dit alles. Het was dor en droog, saai en leeg. En die bussen, ze wist niet dat bussen zo vol konden worden gestouwd en zoveel uren achtereen konden rijden zonder een keer te stoppen. Ze was hier twee weken geweest waarvan ze drie weken in de bus had gezeten. Nee, ze was blij dat ze morgen naar Buenos Aires ging. Dat leek haar wel wat. Daar zou ze oorspronkelijk de laatste paar dagen zijn, dat werden nu ruim twee weken. Nee, dat kon niet misgaan. Daar hadden ze de tango. En Argentijnen. Bij dat laatste lacht ze een blije lach. Ik hoop voor haar ook wat oudere Argentijnen want voor de jonge heeft ze echt haar tijd, alhoewel blond, gehad. Morgen moet ik dat droge, dorre, lege, saaie land in. Ik ben echt in blijde verwachting door dit gesprek. Één ding ding valt mee, ik hoef niet met de bus.

 

Geef een reactie