De veranda van La Habanera

21-4-2010


Baracoa

Vanochtend de natuur gedaan. Ben in het mooiste deel van Cuba. De Cubanen noemen dit deel de natuur. De hoeveelheid groen klopte met wat je van natuur mag verwachten. Het was mooi maar niet heel erg mooi. Verwende kwast ben ik. Maar heb wel iedere toer uit de gidsen gedaan. Geen half werk. En nu zit ik voor de tweede middag op rij op het terras voor de deur van mijn hotel in de schommelstoel. Het terras ligt dik een halve meter hoger dan de weg wat je een mooie blik op de voorbijgangers verschaft. En dat is een klein feestje. Inmiddels ken ik er al vele. Natuurlijk ook de vervelende kereltjes die maar blijven zeuren om iets, het wordt niet duidelijk wat, van ze te kopen. Of gewoon wat te geven, maakt ook niet uit wat. Dan de meisjes die duidelijk zijn over wat ze in de aanbieding hebben en daar verder niet moeilijk over doen. Het is of La Playa met een knipoog of een veelbetekenende blijk naar boven waar de hotelkamers zijn. Maar je hebt ook de echt oude Cubanen die schuifelend, elkaar ondersteunend hun laatste rondjes lopen, de andere oude man die beleefd vroeg of hij mijn auto mocht wassen die hier recht voor mijn neus staat. Hij deed het voor één peso, ik liet hem begaan. Anderhalf uur lang was hij heel secuur bezig de Kia weer wit te krijgen. De kappers aan de overkant die maar blijven proberen mijn aandacht te vangen en dan knipbewegingen maken. Al die muzikanten die uitzwermen over het stadje met gitaar of een ander instrument op hun rug en steevast melden waar ze te beluisteren zullen zijn. De lege blikjes verzamelaar die om het uur langs komt om te kijken of er weer iets leeg is. Zijn oren zijn enorm en hij heeft zoveel rimpels dat je zou denken dat bij iedere keer als hij zo'n blikje met zijn knuisten samenknijpt er eentje bij komt. Bij het weglopen zie je in beide achterzakken een halflege fles rum steken. Dan zijn er nog de handvol dorpsgekken die er een genoegen in scheppen je aandacht te vragen en vervolgens niet meer los te laten. Uiteindelijk wachten ook zij op die ene peso. Gek genoeg hebben ze er allemaal een gekregen. Je neemt je voor je portemonnaie gesloten te houden maar het lukt ze toch. Van de meest volhardende, die ieder uur een ander t-shirt aan ging trekken met rare teksten, kreeg ik in ruil een mooi verpakte condoom voor al de chicas. En tot slot al die mensen die gewoon een gezellig praatje met mij komen maken, hangend over de balustrade van het terras en mij kond doen van hun dagelijkse beslommeringen die ik hier helaas niet kan navertellen omdat ik er simpelweg geen klap van verstond.

 

Ben inmiddels tientallen malen over het plein bij het hotel gelopen. Met zijn bespottelijke niet werkende fontein met witte enge beelden die waarschijnlijk vrouwenfiguren moeten voorstellen. Met zijn indrukwekkende beeld van Chief Hatui, de opstandige indiaan die dacht in zijn eentje de Spanjaarden te bestrijden. Nee dus, het is geëindigd op de brandstapel hier vlakbij. Het plein wordt omzoomd met licht vervallen koloniale gebouwen met grote balkons en indrukwekkende schaduwrijke zuilengalerijen. Ook aan het plein de kathedraal, of wat daar van over is. Er wordt een restauratiepoging ondernomen. Die ligt al weer enige tijd stil gezien de klimop die de steigers inmiddels aan het oog onttrokken heeft. Vanavond om tien uur heb ik mijn laatste rondje gemaakt. Het is mooi geweest met Baracao.

 

Geef een reactie