Too beautiful to talk to

12-11-2007


Easter Island

Gisteren later op de dag nog een zelf veroorzaakt avontuur beleefd. Ik had m’n huurauto nog ter beschikking en besloot de hoogste vulkaan op te rijden. Volgens mijn kaart kon dat. Het kon, want ik ben er nog. Maar er waren een paar momenten dat ik dacht daar ga ik. Laat ik alles goed achter? Heb ik al m’n rekeningen betaald? Staat de verwarming op 10? De kaart bleek later een trekkingmap. Ik weet niet of jullie weten hoe steil je met een auto omhoog en omlaag kunt “rijden’ maar er schijnt veel mogelijk te zijn. Onvoorstelbaar wat zo’n klote-japanner allemaal kan. Ik weet niet wat voor merk het was maar hulde aan de bouwers van dit jeepje. Ik was de weg al lang kwijtgeraakt onderweg en hield de top van de vulkaan maar in het vizier. Daar wilde ik naartoe ten slotte. De laatste meters heb ik moeten klauteren maar ik heb het gehaald. Maar toen weer naar beneden. Het ging een heel eind goed tot ik voor een hek terecht kwam waar ik echt het gereedschap niet voor bij me had om dat open te krijgen. Nog even overwogen er met geweld dwars doorheen te rijden maar toen maar weer dat verdomde pad naar boven genomen. Gelukkig kwam ik na een tijdje een ruiter tegen die wel snapte dat dit niet de richting kon zijn die ik uit wilde. Hij wees mij terug vanwaar ik kwam maar ik heb in het Spaans een heel mooi hek kunnen tekenen en toen viel de peso. Hij heeft mij dwars door bossen en tussen rotsen door naar een min of meer berijdbaar spoor geloodst en toen ben ik, weer beneden,  alsnog een beetje aangeschoten geraakt.

 

Na vandaag heb ik alles gezien. Morgen nog een soort fancy fair waar iedereen hier al voorpret van heeft en dan zit mijn Paaseiland bezoek er weer op. Het wordt wandelen. Langs de kust van het halve eiland. Rond half negen heb ik mij af laten zetten door een taxi en ben met een paar flessen water en wat droog brood aan m’n tocht begonnen. Het is een stuk waar de toeristen niet komen. Omdat er geen wegen zijn en ook omdat er geen belangrijke bezienswaardigheden te vinden zijn. Veel pad was het ook niet en lopen werd afgewisseld met klauteren. Alleen paarden om mee te praten. Maar toch ook weer heel mooi. Strak, felblauwe oceaan aan mijn rechterhand en grasgroene weiden met diepzwarte vulkaanrotsen ter linkerzijde. Ik beweer altijd wel dat ik zoveel loop maar het was toch al weer een hele tijd geleden dat ik meer dan 30 kilometer gelopen heb. Het is maar goed dat ik dit verhaal niet met mijn benen hoef te tikken want dan zou het erg kort geworden zijn. Kort wordt het nu ook want ik heb honger. Moet nodig op zoek naar een restaurant zonder tonijn. Het is nog niet gelukt om een maaltijd zonder deze, overigens lekkere, vis te krijgen.

 

Weet je, veel mensen denken dat veel reizen vluchten voor de werkelijkheid is. Voor mij is het tegendeel waar. Nooit ben ik zo dicht bij mezelf dan wanneer ik op reis ben. Als vandaag. Het miezerde een beetje. Er zou een soort fancy fair plaatsvinden op het veldje dicht bij zee waar alle plaatselijke festiviteiten plaatsvinden. Het Hanja Vare Vare veldje. Wat je weer uitspreekt als Hanua Warri Warri, Het is maar dat jullie het weten en onthouden. Het gebeuren zelf heette Mahana o te kori, o te ‘A’ati. En ik kan zeggen dat ik erbij was. Maar, zoals gezegd, het miezerde en de meeste leuke dingen gingen niet door. Met lendendoekjes voor de mannen en een soort minibikini’s voor de vrouwen dansen in een mistroostige drizzle is geen gezicht. Ik was blij dat het afgelast werd. Mijn romantische beeld van een Zuidzee eiland blijft nog even intact. Goed, het miezerde en ik ging gewoon lopen. De miezer werd regen en de regen een gordijn van water. Mijn gedachten gingen dezelfde weg. Het had een louterend effect op mij en op alles wat ik droeg. Nat was ik al dus daar hoefde ik mij niet meer druk om te maken. Gedachteloos bijna liep ik een van de vele heuvels op. Het uitzicht was nul en de herdershond die een heel stuk met me mee opgelopen was had er, ondanks het hondenweer, ook de brui aan gegeven. Gedachteloosheid is de staat waarin je schijnbaar verkeerd maar in werkelijkheid ratelt je geheugen en overdenk je je leven. Kun je gelukkig worden van mooie momenten maar ook jezelf weer, voor de zoveelste keer, kwaad maken over een of ander onrecht wat je ooit zo gevoeld hebt. Zinloos maar alles heeft een reden en hier op een van de eenzaamste plekjes van de wereld krijg je inzichten die het bij ons aan de kassa bij de Albert Heijn, achter je computer aan een of andere klus werkend of achteraan in de file op de A2 veel te vaak af laten weten. Waarom? Ik wist het vanmiddag. Vreemde culturen, vreemde landschappen, vreemde volksfeestjes inspireren me enorm. Ze geven je nieuwe inzichten, laten je vastgeroeste hersenspinsels nieuwe, vreemde wendingen nemen. Daarom reis ik. Rapa Nui is een prima reisgenoot.

 

Zaterdag ochtend. Ik loop een beetje melancholisch door Hanga Roa. Ik zal Rapa Nui en de mensen gaan missen. Terwijl ik echt wel klaar ben hier. Misschien dat er ergens nog een brok steen ligt wat ik niet minstens één keer gezien heb maar het meeste heeft m’n oog wel geraakt. Maar een raakplek is dit wel. Zo’n plek op aarde die langzaam in je hoofd en hart slijt. Daar zijn er niet zoveel van. Gisteren weer veel nieuwe vrienden gemaakt en oude bekende gezien bij het songfestival wat, vanwege de regen overdag afgelast, in de avond gehouden werd op de school. Het zou om 8 uur beginnen maar tijdens het eten begreep ik al dat 8 uur beginnen nooit voor 9 uur begon. Ik was om 9 uur in de school en het was er nog niet zo druk. In de zaal waren alleen de eerste paar rijen bezet. Op het binnenplein werd ik hartelijk omhelst door een paar van de plaatselijke boys die altijd op de eerste rij staan als er gratis eten is. De kokkin gaf mij een kus op m’n wang en wilde dat ik wat zou eten maar dat had ik net gedaan. Het was heel gezellig daar maar ik vond dat ik toch minstens iets van de dans en zang gezien moest hebben. Met m’n camera werd ik meteen naar voren geloodst en had de beste plek van de zaal. Het zat al wat voller en om 9.20 kwam het orkestje binnenlopen. Even later begon de dansshow. Ik houd normaal niet van dit soort dansjes die gewoonlijk alleen voor de toeristen in stand gehouden worden maar dit was toch van een andere orde. Het zag er redelijk professioneel uit en de videovrouw naast mij vertelde dat ze voor de toeristen altijd wat meer kleding aantrokken dan alleen voor het eigen volk. Ik dacht bij mezelf dat er niet zoveel meer overbleef om uit te trekken. Wat veren en dan had je het wel gehad. Na deze nogal onstuimige dans begon de ‘singing contest’. Iedereen die mee deed moest tekst en muziek zelf geschreven hebben. Volgens mij loopt er hier een overdosis aan talent rond. Het duurde uren en de meest hopeloze alsook prachtige nummers kwamen voorbij. Afgewisseld door ook nog een ‘dance contest’. Na twaalven hield ik het voor gezien, temeer omdat het drie dagen gaat duren en ik de uitslag toch niet meer mee maak. Buiten regende het gestaag maar de barbecue en het feestje op de binnenplaats was nog in volle gang. Het was er nog steeds gezellig. Op een steen zat een heel mooi stel. Hij met lange haren en vol tatoeages en zij was zo’n heel mooi gelukte mix. Terwijl ik met een andere wildeman stond te praten over dat wat zij hier een paradijs vinden, Amsterdam en de wiet, stond haar vriendje op en trok zij mij naast haar op de steen. Ze woonde hier en was een mix van een Rapa Nui vrouw en een Spaanse man. Die was helaas overleden. Ze danste hier in een gezelschap en ik viel wel door de mand dat ik daar niet naartoe geweest was. Ja, als ik geweten had dat zij daar danste... Ze hield veel van Rapa Nui. Ze was wel een paar keer op Tahiti geweest maar de mensen daar bevielen haar minder. Ze sprak niet veel Engels en mijn Spaans is niet direct vloeiend. Je zou het met veel fantasie stokkend kunnen noemen. Jammer want we zaten daar best fijn in de stromende regen. Zoals vaker niet zo goed raad wetend met dit soort situatie. Ik moest maar eens gaan, zei ik. En daar ging ik op mijn laatste avond op dit fijne eiland door de regen terug naar m’n hotelletje. Ik ben nog even langs het water gelopen om te kijken naar die grote met die witte ogen die over het eiland staat te staren. Na het ontbijt nemen Edith en haar jongste zus mij apart. Gisteren heeft Edith mij haar hele levensverhaal verteld dus ik weet wie ik tegenover mij heb. Ze begint te vragen of ik getrouwd ben. Dan of ik kinderen heb. Nee, zeg ik. Goed zeggen ze in koor. Dan wordt mij uitgelegd dat het leven hier heel goed is. En dat veel vrouwen hier op zoek zijn naar een man. Goede vrouwen. Dus ik moet zeker terugkomen. Het liefst met het festival want dan is het hier heel erg leuk. Ik moet weten dat de vrouwen hier niet met de mannen van het eiland mogen trouwen omdat die allemaal familie zijn en dat de meeste Chilenen niet zulke leuke mannen zijn. Of ik daar wel aan wil denken. Edith zelf heeft het heel goed getroffen met Bill. Hij is erg aardig en een goede kameraad. Maar niet iedereen heeft zoveel geluk. En ik moet ook niet denken dat alleen onaantrekkelijke en domme vrouwen op zoek zijn. Nee, neem het voorbeeld van het meisje welk al twee keer uitverkoren is als de mooiste vrouw bij het festival van de birdman in februari. Ze is heel mooi en heel slim. Ze heeft wel iets gehad met een vent uit Tahiti maar dat was een lapzwans die alleen met haar wilde pronken. Ze is wel 10 keer daar naartoe geweest en hij maar één keer hier. Hij deugde niet. En nu is ze weer alleen. Ze danst bij een van de gezelschappen hier en wil niet naar het vasteland. Ik zeg dat ik vermoed dat ik gisteren naast haar gezeten heb in de regen. Ze kijken mij aan of ze het in Hawaii horen donderen en beginnen dan te gillen. Ik ben gek, zoveel is duidelijk. Edith belt meteen een vriendin en even later krijgt ze de bevestiging. De gossip is rond. Ik ben gek.

 

Geef een reactie