Pirates and Pilots

12-11-2007


Arrival on Fernandes

Ja, wat zal ik ervan zeggen. Ik ben op Isla Robinson Crusoe ofwel Isla Mas a Tierra ofwel Isla Juan Fernandez. Je moet er maar naartoe willen. Buiten zes kakelende Amerikaanse tienermeisjes van de Internationale School in Santiago met Sting als groepsleider, een vader met een peuter die zijn kind ging tonen aan zijn ouders en een vrouw die haar zus ging opzoeken, was ik de enige echte toerist. Sting leek natuurlijk alleen op Sting maar deed wel erg zijn best hiervoor. Hij zag duidelijk nu al op tegen die zes dagen met die zes meiden. Vader begon al voor vertrek z’n dochter omstandig een bekertje yoghurt te voeren. Dat was in zoverre een succes dat we allemaal weten wat voor smaak het was, aardbei, en dat dat spul heel erg plakt. Dochter had gelukkig een roze jasje aan. Wij niet. De zus ’van’ werd erg stil en had duidelijk zelf ook zo’n aandoenlijk kind willen hebben. Dat zat er niet meer in. Ze moest er tijdens de vlucht nog een traan om laten. En haar fototoestel was al vol voordat we gingen landen. Het was alles bij elkaar zo’n enorme groep dat we een groter toestel nodig hadden en het duurde heel lang om dat rond te krijgen. De manager van Lassa, de maatschappij, kwam omstandig uitleggen dat het allemaal heel problematisch was. De landingsbaan was maar 600 meter lang en zo’n groter toestel had die precies nodig. Voorbij de landingsbaan was een klif 200 meter naar beneden. En de sterke wind maakte het ook allemaal niet gemakkelijk. Na deze geruststellende woorden viel de vlucht best wel mee. Na de landing op het door een bulldozer net schoongeveegde stuk grond op een landtong (zie foto) moesten we in twee sloepen nog naar het enige dorp hier. Dat nam ook weer twee uur in beslag dus mijn eerste dag zat er snel op hier. Voor het avondeten dan wel weer een verrukkelijke halve (bij ons noemen ze dat een anderhalve) kreeft met vooraf ook nog een krab met avocado. Niet te versmaden. Die kreeften schijnen hier zelf in de vissersboten te springen.


De aankomst bij de steiger was een mooi en ontroerend tafereel. Een dansende en gillende opa en oma die blijkbaar voor het eerst hun kleinkind zagen. Ze begonnen al te gillen toen wij nog tien minuten moesten varen. Pa stond midden in de boot z’n kind omhoog te houden. Ik dacht zelfs even dat hij het zo de steiger op wilde gooien. Toen ze het kind dan eindelijk konden aanraken werd het ook wild uit de armen van de vader gerukt en vervolgens bijkans uiteengereten door de twee en vervolgens doodgeknuffeld. Overigens vond het kind mij geloof ik een leukere opa. Maar dit terzijde. De de twee zussen maakten er een weerzien van waarvoor bij ons de omroepen graag prime-time hadden ingeruimd. Ook ik werd opgewacht. Door de hotelhouder. We hielden het sober. Ik nam op mijn beurt afscheid van de twee piloten. Ze bleven over, en hadden mij beide al toegefluisterd dat ze een vriendin hebben hier op Robinson. Dat maakten deze vluchten altijd extra leuk. Een van de twee had er ook nog een ergens in het noorden in een mijnbouwstadje in de Atacama Desert. Maar daar moesten ze maar een keer in de paar maanden overnachten. Deze zag hij vaker. De beide dames waren ook op de pier. Er wonen maar 600 mensen en voor een deel zijn dat afstammelingen van de piraten die deze eilanden heel lang als hun toevluchtsoord hebben gebruikt. Valt er verder nog iets te melden? Nee, ja, ik heb Pedro ontmoet. Pedro spreekt Engels en is ook gids. We gaan iets afspreken om te beklimmen de komende dagen.

 

Geef een reactie