A Scotsman, Germans, dogs and a bar

13-11-2007


Fernandes, climb to the top

Gisteren nog even na de kreeft het dorpje in gelopen. Eerst bezocht ik Pub & Discoteque Brujula. Ik dronk een cola bij het raam met mooi uitzicht op de schuimkoppige oceaan. Ik was de enige gast. Daarna naar café Café. Zo simpel, zo klein. Ik dronk een biertje. Alleen. Ik eindigde mijn rondwandeling in Bar Restaurant El Nocturno. Ik dronk mijn biertje. Alleen. Hier bleef de barjuffrouw wel achter de bar staan terwijl ik er was. Gezellig vond ik dat. Heb een afspraak gemaakt om morgenavond hier te eten.


De dag begon somber. Het was koud en winters. Ondanks de palmen en de cactussen lijkt het hier een tochtig Bossche Broek op een gure herfstdag. Daar had ik niet zoveel moeite voor hoeven doen. Daarna naar het kerkhof, altijd leuk, en naar een van de toeristische hoogte punten op het eiland; een paar kogelgaten in een rotswand van de aanval van de Britten op het oorlogsschip de Dresden in 1915. De Britten jagen al maanden met drie schepen op de Dresden maar kunnen ze maar niet te pakken krijgen. Maar hier in de baai waar de Duitsers zonder kolen zijn komen te zitten worden ze ontdekt. Ze zijn een schietschijf voor de Britten. Dat hebben die Duitsers ook door en laten de hele boel zelf in de lucht vliegen. De kapitein van het schip is later in de 2e Wereldoorlog nog opgehangen na de mislukte aanslag op Hitler in 1944. Sympathiek schip die Dresden. Ligt hier nog steeds op de bodem. Een van de overlevenden is het binnenland in gevlucht en heeft hier nog 12 jaar in afzondering geleefd. Het eiland lijkt wel een besmettelijke ziekte. Ik zal maar oppassen. Heb zelf ook wel wat zonderlinge neigingen. Maar met i-Pod, i-Phone, laptop en een paar dozen tissues is dat ook weer niet zo’n onderneming als in de tijd van Alexander Selkirk. Over hem moeten we het ook nog even hebben. Deze man heeft als geen andere romanfiguur geschiedenis geschreven in de wereldliteratuur en niemand kent hem. Ja, hier zie zijn naam regelmatig op bordjes en richtingaanwijzers. Maar vervolgens noemt iedereen hem Robinson Crusoe. Dit eiland heet ook Robinson Crusoe. Het andere eiland in de archipel heet wel Alexander Selkirk maar daar heeft de arme drommel nooit voet aan wal gezet. Terwijl die Robinson een luxepaard was vergeleken met hem. Die was op een Caribisch eiland terechtgekomen met altijd mooi weer, een overdaad aan eten, spullen en schrijfgerei. Plus nog eens een aap die alles kon. Wat wil een schipbreukeling nog meer. Die Alexander was overigens helemaal geen schipbreukeling maar een heethoofd. Die had zo’n ruzie met de kapitein van zijn schip dat hij liever hier afgezet werd dan langer op een boot met die man te zitten. Maar zijn verhaal heeft de wereld wel de eerste roman opgeleverd.


Ik begrijp dat er in die tijd wel meer mannen op onbewoonde eilanden werden afgezet als straf. Altijd, uit een soort medelijden, met een schiettuig en kogels. Er zijn dan ook op diverse eilanden geraamtes gevonden met een roestige revolver in hun knuist. Die Selkirk heeft er in zijn eentje voor gezorgd dat in ons collectief geheugen het beeld is ontstaan van een paradijselijk tropisch eiland. Voor zijn tijd was zoiets om bang van te worden en zeker niet naar te verlangen om daar alleen te gaan wonen.


Vanmiddag ben ik naar zijn uitkijkpost in het midden van het eiland gelopen. Een berg op, behoorlijk steil, naar de plek waar hij grote vuren placht te ontsteken in de hoop gezien te worden door een voorbij varend schip. Samen met twee honden. Die honden vervelen zich kapot hier en gaan aan de voet van het pad zitten wachten tot er weer een gek komt die dat pad oploopt. Zij mee! Gezellig! We worden vrienden. Iedere keer als ik uit zit te hijgen kijken je ze vol medelijden aan en schudden hun kop alsof ze willen zeggen geen conditie baasje, geen conditie. Het is wel ontnuchterend jezelf hardop op zo’n berghelling te horen zeggen het valt niet mee jongens, het valt niet mee. Hoe diep kun je zinken? Maar ik moest omhoog. Naar Alexander zijn uitkijk plek. Toen hij dan eindelijk na 4 jaar en 4 maanden werd gevonden herkende ze hem in eerste instantie niet als mens. De kapitein zei later dat hij op een rechtop lopende geit leek. Het is dat hij luidkeels bijbelteksten riep, anders zouden ze hem zeker achtergelaten hebben. Die bijbel was het enige boek wat ze hem meegeven hadden van het schip. Hij was er een beetje Godsdienstwaanzinnige van geworden. Dat was snel weer over toen hij terug was in Schotland en vanwege zijn verhaal een gevierd man geworden was. Met dat verhaal is die Defoe er later hopeloos mee vandoor gegaan.


En nu zit ik weer in Nocturno. Met wel drie personen achter de bar deze keer. Allen kijkend hoe ik mijn maal, zeer smakelijk overigens, naar binnen werk. Moeder, die van de achter de bar gisteren, vader, die kookt, en dochter die de bediening doet. Drie identieke schorten maar verder zo verschillend als maar mogelijk is. De conversatie blijft beperkt. De taalbarriëre is te groot. Zou anders ook lastig worden. De enige bekende cd van Sadé staat iets te hard op de repeat. Zo krijgt de avond toch nog iets werelds. Wel die mooie wereld van de jaren tachtig. Toen het leven nog simpel was. Pedro niet gezien vandaag.

 

Geef een reactie