The Third Week

10-9-1999


De derde week eindigend in Frankrijk
Van Dahnen in Duitsland naar het Luxemburgse Vianden met een rustdag naar Berdorf, Grevenmacher, Montenach naar Bouzonville.

 

Nog geen 5 minuten geleden vroeg 'ze' of ik geen standje wist zodat ik haar rug en zij mijn voeten kon masseren. Na lang nadenken had ik wel een vaag idee maar dan konden wij Rome definitief vergeten. Toch maar voor me gehouden . We zitten op dit moment in een onooglijk maar wel gezellige herberg in noord Lotharingen aan een goede dis. Deze 'Auberge Val Sierck' heeft zelfs een Michelin ster. Nu weet ik ook wel dat de Heeren van Michelin zelfs sterren uitreiken aan een frietkot; zolang de eigenaar maar een raciaal zuivere Fransoos is en de piccalilly in een apart bakje wordt geserveerd. Nederland krijgt pas een 3 sterren restaurant als wij erkennen dat Frans DE wereldtaal is, dat Philips Eindhoven zuiver Frans is, dat Napoleon ons DE beschaving heeft gebracht en dat Van Gogh de beroemdste Franse schilder is.
Dit dorp (Montenach) van 100 zielen heeft zelfs nog een 2-sterren restaurant. Maar toch. Het is hier heel goed te eten. Als alles beneden onze heupen geamputeerd zou zijn, zou het op vakantie kunnen lijken.


Maar nu eerst terug naar de deze week. Vanuit Dahnen in Duitsland liepen wij  zaterdag naar Vianden. Iedereen met kennissen uit een achterstandswijk of een jeugd in de vijftiger jaren heeft weleens een ansichtkaart uit Vianden ontvangen. Ik heb goed nieuws: er is niets veranderd. Hotel Hof van Holland heet nu 'Grand Hotel Vianden' maar Hotel Berg en Dal is nog steeds hetzelfde. De halve haan friet is onverminderd populair en die eikel op het postkantoor is nog steeds een eikel. Wij voelden ons zo thuis dat we besloten tot een heuse rustdag. Dus in ons routeboek noteerden wij  2 kruisjes bij Vianden.
Die dag stegen wij enorm bij Rodelhausen en lunchten we voorbij Unterreisenbach samen met alweer een motorclub. Deze kwam uit Weert. Op de rustdag weigerden we meer te lopen dan nodig is dus gingen we met de stoeltjeslift naar het uitzichtpunt hoog boven Vianden. Hier ontdekten wij waar Luxemburg haar 3 opgenomen asielzoekers tewerkgesteld had. De enige gekleurde medemensen die wij tegen zouden komen in Schengenland. Ze deden overigens hun werk uitstekend en wij werden regelmatig van ons natje en droogje voorzien op de eerste plek in Luxeland die je gezellig zou kunnen noemen.


De maandag was weer gewoon werkdag. Na de post meteen op pad door een mooi landschap. Plotseling kan ze je dan 'de' vraag stellen: "Wat is eigenlijk je motivatie om dit te doen?" Kan ik moeilijk op antwoorden: Omdat ik Rome wil zien. Daar ben ik al een tiental keren geweest en als het dan zo hoognodig moet zijn er simpeler manieren te bedenken om daar te komen. Nee, dat dus niet. Maar ik heb ook geen hoger doel om mezelf zo af te beulen. Mezelf lichamelijk en geestelijk helemaal opfrissen zou de beste omschrijving van een motief, zover dat er zou moeten zijn, zijn. Dat lichamelijk opfrissen werkt wel. De kilo's verdwijnen met regelmaat, de conditie voelt niet beter, maar is dat natuurlijk wel en de inname van alcohol is teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau. Samen een half flesje is het maximum. Waarbij de verdeling nog steeds niet geheel evenwichtig is.
Het geestelijk opfrissen is een andere zaak. Je zou verwachten dat zo'n bedevaart je op z'n minst enige spiritualiteit verschaft. Tot op dit moment brengt het dat nog niet. Doorgaans ben ik te moe om tot diepere gedachten te komen, laat staan dat ik nog puf heb om mijn karma nog wat bij te werken. Niet dat we geheel leeg lopen te wezen door de Letzenbuergse bossen. Een van de vragen die opkwamen was: 'Wat hebben wij Europeanen nu met elkaar gemeen.' De taal is het niet, het landschap zeker ook niet, het biermerk is in vrijwel iedere streek ook zeer eigen en de Euro was er nog niet. Maar dan ineens heb je het, je lijkt wel briljant, je ziet het ineens, alles valt op z'n plaats: Het is de PARTYTENT. Hij kan weleens groen gestreept zijn, dan weer blauw of vaak helemaal wit, maar hij is alom tegenwoordig. Waar een werelddeel groot in kan zijn.
We liepen via het lieflijke Reisdorf naar onze lunchstop in Beaufort. Van het kasteel Beaufort eindigden wij die maandag in Berdorf. Bovenop een heuvel, doodmoe maar voldaan. Het eerste het beste hotel wat we binnenstapten namen we blind. Dat het eigenlijk ver boven ons budget was begrepen we aan de begroeting van de eigenaar: "Het is wel een ervaring om ook eens zo'n gasten te hebben." Die nacht hadden wij 2 nachtkastjes en een geweldige badkamer.


Dinsdag begon als een feest. Die nacht had het geregend en het werd droog op het moment dat wij buiten stapten. Nog geen drup regen gehad tot nu toe. Dubbel feest was het dat we vandaag door de Teuffelschlucht liepen naar Echternach. Het was een hoop geklauter en tientallen Nederlandse klassen liepen hopeloos in de weg al kwetterend zonder op die hartverscheurend mooie natuur te letten. Echternach was gebouwd van Marklin-huisjes en werd alweer, na Vianden, uitsluitend bezocht door Nederlanders. Op het terras op de markt kenden wij bijna iedereen. Nederlands was de voertaal en ook de Luxemburgers spreken dat allemaal vloeiend. Zou handig zijn voor dat volk om dat als taal te nemen. Nu spreekt het ene huis alleen en uitsluitend Duits, de buurman Frans en de achterbuurvrouw Letzenbuergs. Het is een verknipt volkje van Geldbewaarders en Grootgrondbezitters die Luizenbugers. Speciaal voor de Nederlanders met teveel zwarte groene biljetjes houden ze hier de banken op zondag open. Kunnen hele families er een leuke dag van maken en tegelijk wat flappen storten. Na Echternach werd ˙het klimmen en onderweg kwamen we nog in een café terecht waar het sfeertje zo onwerkelijk was dat een soap hierover zou mislukken wegens het ongeloofwaardig gegeven. Het was Herborn. Een verkeerde combinatie van geloof, inteelt, alcohol, armoede en vergiftigde grond had hier zijn werk meer dan gedaan. We hadden op een haar na het jaarlijkse Maisfeest gemist!


De nacht brachten we door in de gribus van Grevenmacher. Het 'hotel' had geen ster en dat maakte het sterrensysteem op slag geloofwaardig. Maar iedere nacht wordt gevolgd door een ochtend en dat was maar goed ook. Eerst een  ondoordringbare mist waarbij we plotsklaps doorkregen dat we weer naar het noorden liepen, later een goddelijk licht op bossen waar spontaan een klank en lichtspel ontstond (ja, wegvluchtende herten maken geluid). En dan ineens loop je tussen wijnranken ('wijnflessen' versprak ik mij symbolisch) en lieflijke Moesseldorpjes. We beschreven elkaar de vlinders die we zagen, waaronder zachtblauwe met een wit randje, en aten de rijpe pruimen langs de kant van de weg tegen de dorst. De dag eindigde bijna volmaakt in Remich. Een mooi stadje met ontelbare hotels en een Boulevard aan de Moezel met allure. Weer 26 km dichter bij Rome.


Donderdag kwamen we via Schengen en een stukje Duitsland Frankrijk binnenwandelen. Karin pinkte bij het verlaten van Luxemburg een traantje weg. Teveel eer vond ik, maar een Jonkers huilt bij vrijwel ieder afscheid, dus Luxemburg moet niet ineens denken dat het een land is.
Via Sierck-Les-Bains een Frans Pad volgend (zoiets als vals plat) naar Montenach gelopen.


De week was weer voorbij toen we in Bouzonville aankwamen. We begonnen weer met een Frans Pad wat werkelijk nergens heen liep en zo overwoekerd was dat het omringende bos een open plek leek. Eenmaal uit het bos (duurde even) liepen we in een verzengende hitte, lunchten in een bushokje en fantaseerden over in de bus zitten. Op het heetst van de dag zaten we midden in een dorp langdurig te hopen op een teken van leven, wat maar niet kwam. Alle boerenhoeves leken uitgestorven en ons speuren naar tekenen van leven bracht alleen hondengeblaf.  We hadden nauwelijks nog iets te drinken en een Petit Pain, rijkelijk voorzien van Franse kaas leek ons een genot. Tenslotte verscheen daar eindelijk God in Frankrijk. Dit keer in de vorm van een minuscuul klein Peugeot- busje wat midden in het dorp stopte. Het blonde dingetje achter het stuur dook naar achteren, rommelde wat, opende een klep en kwam op aarde als de SRV-vrouw. Dorst werd zelden zo dankbaar gelest.


Bouzonville klinkt heel anders dan Oss, het is alleen veel erger. Er zijn 21 auto-ecoles met aantrekkelijke etalages, een paar verlopen barretjes en veel verpauperde winkeltjes. Winkels zo verfloos en smakeloos dat je er geen klanten bij voor kunt stellen. Ze verkopen wel de volledige collectie van Gaultier maar ook dat zal wel Frans chauvinisme heten. Over het hotel en de ùftèrs die daar 'werkten' hebben we het liever niet meer. Behalve dan dat we op het nippertje konden voorkomen dat de plaatselijke journalist bij ons aan tafel werd geschoven voor een 'twee gekken lopen naar Rome' story. Week 3 was volbracht.

 

Geef een reactie