The Second Week

5-9-1999


Rome, 2e week

De tweede week. Het eerste buitenland¸

 

België oh België wat een verknipt maar mooi land zijt gij. Maar voordat we in België waren hadden wij nog het grote genoegen om een bezoek te mogen brengen aan Valkenburg. Het plan was eigenlijk om door te lopen van Sweikhuizen naar Maastrich maar het Preuvenement kwam ertussen. Geen logies in de wijde omgeving te vergeven en het VVV had nog maar één optie: een "suite" in Thermae 2000. Voor een luttel bedrag was die van ons voor 2 (twee) nachten. Het zal geen gewoonte worden in dit boek dwingende reisadviezen te geven maar deze is pure noodzaak: doe dit nooit.

In Valkenburg stad hadden ze al de jaarlijkse stuif-eens-in voor de Nederlandse Vereniging van Sportscholen. Het aantal tatoeages was omgekeerd evenredig met de hoogte van het gemiddelde IQ. In de Thermen was naast Huize Zevermaarraak met de patiënten die hun 50 jarig Jubileum vierden ook de hele volgkaravaan van de Ronde van Nederland aanwezig. Voeg dit bij een haast gênante slechte service en een aantal in het Derde Rijk opgeleide sauna-bewaaksters en je hebt een indruk van ons verblijf in Themapark 2000.

 

Van Sweikhuizen naar Valkenburg was het nog wel zo goed begonnen. Zin om in Maastricht te eindigen deze dag liepen wij door het prachtige Zuid-Limburg. Een “natuurlijk” wandelgebied. De oude paadjes door bos en weidegebied geven je de indruk dat heel de streek alleen uit deze idyllische plekjes bestaat. Als je vervolgens op de kaart kijkt weet je wel beter. Meer wegen en industrie als waar dan ook in Nederland. Hier was onze wandelliefde werkelijk begonnen een jaar of drie geleden. Het eerste wandelweekend van Groep de Graaf. In 1991 spontaan op het vliegveld van Bangkok ontstaan waar 4 “leden” op wereldreis de komst afwachtten van Paul en Moni die een kort bezoek af kwamen leggen. Om hun aankomst (ont)luister bij te zetten stonden wij daar als hippies met een bord “Groep de Graaf”, als waren zij een zeer toeristische toergroep. Ter plekke besloten wij in de komende jaren steeds 2 x per jaar bij elkaar te komen, waar we ons ook bevonden. 

Hier in het uiterste zuiden van Nederland wandelden wij nu door prachtige bossen en over “echte” heuvels richting Spaubeek. Daar bleek, na telefonische informatie, dat de hele streek vol zat i.v.m. Preuvenement en wielerronde. Zo eindigde deze dag al vroeg in Valkenburg. De dag erop zou onze eerste geplande vrije dag zijn. Iedere week één hadden wij bedacht. We hadden niet voorzien dat  het Nederlandse Loret del Mar de plaats van Maastricht zou innemen. Geen wonder dat wij zelfs op onze vrije dag wilden gaan lopen.

 

In de ochtend bezoek van Moeder Philipse met wat aanvullende wandelgadgets en een tas vol hoedjes om uit te zoeken. Daarna on the route naar Gronsveld. Bekend terrein voor Groep de

Graaf: het Pelgrimspad. Zonder rugzak. Het liep als een speer. 19 kilometer in iets meer als drie uur. Dat is wat anders dan de 4 kilometer per uur die we tot nu toe met moeite haalden. De eerste week was afgesloten met een totaal 188 kilometer. Een ritje per auto van iets meer dan 100 kilometer. Over een blokje omlopen gesproken. 

Vandaag was het de dag van de tourniquetjes. Het leukst zijn deze als ze midden in een weide staan. Voor niet-wandelaars een compleet nutteloze creatie. Voor ons, vandaag, puur genot. En zonder rugzak kan een beetje tourniquetje swingend genomen worden. Er viel veel te swingen hedenmiddag. Vanuit Valkenburg liepen wij, de Ronde van Nederland omzeilend, via Sibbe, de molen van Tienhoven, Cadier en Keer, over de Riessenberg naar Gronsveld. Vandaar met de bus terug naar Maastricht voor een weerzien-etentje met onze tekst(dichter)schrijver Eric-net terug uit Azië. Zowaar nog een gezellig restaurant gevonden buiten het "preuvenementgebeuren". Voor de nacht terug naar het ‘kamp'.

 

De zondag bracht ons op de grens van Nederland enˇ België. En jawel je hebt ze echt: de biercommercial cafés. Precies op de grens in Welsch. Café de Koffer. De waardin gaf de vele bloemen water, de mannen rond de tap en de dames met het tasje op de schoot op het terras de dorpsroddels doornemend.

We wilden hier altijd blijven maar na 10 minuten blies akela Karin wederom haar fluitje en was het weer lopen. Op advies van voornoemde waardin ging het richting Saint Jean-Sart naar een aan te bevelen logement van een te vroeg gepensioneerd Duits (kibbelend, bleek later) echtpaar. We moesten ons pad regelmatig delen met (dikbuikige) wielerclubs. Hoe grappig dat iedere provincie zo een favoriete sport heeft. Natuurlijk zullen er in Limburg in die honderden XTC fabriekjes ook nog wel wat koersdrugs geproduceerd worden, wat de gang er nog meer inhoud. We liepen die dag voor het eerst op buitenlandse dreven en dat gaf toch een speciaal gevoel (naast die andere nog min of meer pijnlijke gevoelens die zo nu en dan de kop opstaken). Even hielden wij de pas in toen we de oude grenspaal voorbij liepen. Zo te zien bestaat het Europa zonder grenzen hier al eeuwen. We werden die dag in wondermooi uitgesproken Nederlands de weg gewezen (we liepen op eigen kompas en kaart en daardoor regelmatig hopeloos fout) door een Waals-Belgische: ". . . en dan komt u voorbij een bank, nee een soort van bank, geen echte bank maar meer een soort van bank . . .”. En dit dan prachtig gearticuleerd. We hebben de dagen erna nog vaak een "soort van bank" gezien.

In St.Jean-Sart was dorpsfist, Auberge Aubépine was inderdaad super, de Italiaan in Aubel was een echte. Het leven was mooi.

 

Aan het ontbijt twee wielrentoeristen uit, Godbeterehet, Nijmegen. Dat kan eigenlijk niet: snelfietsers uit Nijmegen. Uit Nijmegen komen sociolieden en Frank Boeyen, geen Michael Boogaard of Lubberding. En zeker geen fietsers met armen en beentjes dunner dan hun tubes. Ze waren hier in twee dagen naartoe gefietst . . . !

Deze dag wilden wij over zelf gevonden paden zonder een goede kaart Spa bereiken. Dat was te hoog gegrepen. Met de lunch waren we pas in Herve. Mooie plaats, daar niet van, maar nog lang niet halverwege. Op het kerkmuurtje boterhammetjes klaargemaakt en rugjes laten drogen. Soms heeft het er meer weg van dat ik de 2000 km borstcrawl naar Rome aan het volbrengen ben gezien het transpiratievocht wat ik produceer. Het weer blijft ook fenomenaal.

In Herve een stafkaart kunnen bemachtigen en dat loopt een stuk lekkerder. Het einde van een langlopende dag bracht ons Pepinster. Niet direct de "parel van de Ardennen" en na lang zoeken en, wat veel erger was, heen en weer lopen, bleek er geen hotel/pension/ logement voorhanden. Route-overleg gepleegd en besloten te bussen naar Spa. Daar een hotel voor twee dagen gekozen op het Place du Monument. 

 

De volgende dag terug gebust naar Pepinster en een prachtige dag zonder rugzak gelopen over een route die ons steeds weer in hetzelfde dorp (Theux) terugbracht. Zo komen we nooit in Rome. Een amusante Belg in de berm van het pad z'n broodje etend wilde maar praten en praten. Hij wandelde alleen (“de vrouw d'r fysiek was niet meer geweldig”) en lulde voor tien. Maar z'n afscheidsgroet was mooi: "Alez, amusement hè"! Verder is ieder verkeersbord hier doorzeefd met kogels. Die Belgen worden geboren met Bonanza-genen. We repeteerden wat in "Wat en Hoe in het Frans". Heel handige zinnen kom je daarin tegen, zoals: “J'ai perdu ma Grand-Mère". We vertaalden dat maar in "Ik ben niet meer ongesteld". 

Het einde van de middag liepen wij uren door diepe wouden. De rust van de bossen is mooi. 

Die avond in Spa kregen wij ons eerste wandelmeebezoek.

Hanneke, Henk, Joop (7 jaar-wat kan die eten) en Klaas (5 jaar-die gebruikt de energie die Joop eet) Groenen. Een goed diner in een iets te formeel restaurant voor de twee boys (zacht uitgedrukt). De bejaarde blonde diva in de 'dienst' was zeer ontstemd. Wij ook, maar dan vooral over haar mannelijke collega, een lijk wat ze daar weken na overlijden nog steeds lieten oberen. Maar het eten was prima en de avond amusement. 

 

De volgende dag een mooie tocht over heuvels en door dalen met de twee boys zonder een spoor van vermoeienis. En toch liepen ze op zijn minst anderhalf maal de afstand. Het leken wel honden, overal viel wel wat te snuffelen.

De lunch bracht soep (het superlichte gaskomfoortje ingewijd), broodjes en veel restjes van het ontbijt. Joop vooral etend en Klaas in de sloot. We lopen nu alweer even de GR5. HET lange-afstandspad van Europa. De Belgische afdeling heeft er iets moois van gemaakt. Na het afscheid van de Groentjes vonden wij een mooi hotelletje op de markt van Stavelot en vielen om 21.00 de nacht weer in. 

 

Op donderdag hebben we goed doorgehaald en zijn we in een ruk, via een 'eigen' prachtig pad, naar Burg-Reuland gelopen. Die 36 km doen nu nog steeds pijn. Maar het geeft best voldoening en Rome komt anders nooit dichterbij. 

 

Vanuit Burg-Reuland (wel opzoeken, die plaatsen: ik schrijf ze niet voor de k-z'n-k op) moesten we beginnen met een bijna loodrechte klim van zo'n 350 meter. Die 36 km kwamen bij iedere stap heftig terug in onze herinnering. Maar the view was zeer rewarding. En door gaan we weer over Gods akkers die er hier wel heel mooi bij liggen. Het doet hier allemaal wat Duits aan maar om doorheen te lopen is die ordelijkheid heel goed te pruimen. We genieten. Laat in de middag bleek Tintesmille alleen uit een camping te bestaan en gingen wij 'vrolijk' de grens over en de berg op naar Dahnen in Deutschland. Gelukkig was er plaats in de derde herberg en serveerden ze erwtensoep met worst in de tweede. Zo kwam ook op het einde van de tweede week alles weer op z'n pootjes terecht . . . nog ongeveer 1700 km te gaan. Onze 'fabrique-de-pied' zijn weer tiptop.

 

Tot de volgende wandelwijzer!

Jean

 

ps van Karin

Ja, wij zijn echt goed bezig. De wijze lessen van Irene von Lippe-Bisteveld werpen hun vruchten af. Jean praat al met schapen en koeien en ik doe het zelfs al met bomen. Heel inspirerend,

werkelijk waar. En voor diegenen onder jullie die wel eens een steek van jaloezie voelen, in mijn hartje lopen jullie allemaal met me mee. veel liefs Karin

Geef een reactie