The Eleventh Week, Mud

5-11-1999


Week 11

San Gimignano-Colle di Val d'Elsa-Siena-rustdag-Buonconvent6o-Montalcino-Vivo d'Orcia-Piancastagnaio 137 km

 

In San Gimignano was de kerk wel open. Voor twaalf piek mochten wij erin. Dat worden veel kaarsen daarbinnen, dacht ik meteen. Hadden ze verdomme lampjes met afstandsbediening en geldgleuf. God had trouwens genoeg licht daarbinnen. Prachtige schilderingen van bijbelse verhalen waaronder de meest gruwelijke scènes. Meteen schoten mij weer flarden van de preken die ik als kind moest aanhoren van Pater de Pater (zijn echte naam!) van het Kruisherenklooster in Uden te binnen. Hij kon hel en verdoemenis preken als geen ander en liet kleine negerkindertjes veranderen in bloemkolen omdat ze niet gedoopt waren. En zwart was de kleur van de zonde. Nu hebben ze videogames, wij hadden Pater de Pater. Een nadeel van een geheel gerestaureerd en toeristen klaargemaakt dorp als SanP Gimignano is dat het vrij snel verveeld. Vanalles is er teveel. Teveel keramiekwinkels, teveel opgezette wilde zwijnen voor de salami winkels, teveel  geldwisselaars en in dit geval: teveel gerestaureerde torens. Daar waren wij dus snel klaar mee. Wij gingen lopen. Een hele mooie route vandaag. Steeds door kleine gehuchtjes met de meest begerenswaardige hoeves. Die wijnboeren hier hebben wel smaak. In de bossen zagen we veel paddestoelen plukkers. Een vriendelijk volkje. We lullen wat af zonder wat en hoe tegenwoordig. Het lijkt ons ook een lucratieve bezigheid dat paddestoelen plukken. Eentje had zelfs meer gouden tanden dan San Gimignano torens. We raakten alleen niet voorbij dat San Gimignano. Steeds stonden we weer op een heuveltop en dan lag het daar weer irritant te wezen. Ik kon geen toren meer zien. Eindelijk kwamen wij op een paÉd met een richting en liepen we ineens ver weg van die torens en toeristen. Colle Val d'Elsa was onze volgende pleisterplaats.

 

Soms mis je weleens iets. Dat overkwam ons bij het uitlopen van Colle di Val d'Elsa. Toen we alweer in de campagna liepen zagen we achter ons een prachtig oud stadje liggen dat het oude centrum van Colle di Val d'Elsa bleek te zijn. Hadden we helemaal niet gezien. Moeten we een keer voor terug (met de auto). Het werd sowieso een beetje een misser deze dag want toen we een behoorlijke berg aan het beklimmen waren zagen we beneden ons het volgende prachtige ommuurde stadje liggen: Monteriggioni. En na een lange klim lazen we boven dat aan de voet in Abbadia a Isola een kerkje uit de 12e eeuw lag dat zeer de moeite van het bezoeken waard was geweest. Toen hebben we boven op de berg maar een mooi kerkje bezocht. Het was gesloten. In de afzink hebben we al een mooi gezicht op Siena. We lopen langs kastelen en vergapen ons aan de rijkdom uit vervlogen tijden. Als je goed keek zag je dat zelfs deze prachtige kastelen al opgedeeld zijn in appartimenti en penthouses. We vinden een mooi bospad en staan dan plotseling onder aan de muren van Siena. Dit wordt ons vierde bezoek aan Siena en voor de vierde keer zijn alle hotels vol. Het is Allerheiligen. Uiteindelijk vinden wij buiten Siena in de heuvels een heel dure Bed-and-Breakfast bij erg aardige mensen in een erg mooi oud huis. Voor het diner worden we keurig naar de stad gebracht. We eten er goed van. Dat kun je wel in Siena. Tijdens het eten raken we in gesprek met een Amerikaans echtpaar. Het lijkt ze ook wel wat zo'n wandeltocht. Alleen maar één maand. Drie is teveel. Als ik hem zo bekijk bedenk ik dat er toch snel extra zuurstof toegediend moet worden na het beklimmen van een keukentrapje.

 

De volgende dag vinden we dat we wat weinig van Siena genoten hebben en besluiten er een vrije dag van te maken. Weer terug. Dit keer met de bus. De zon schijnt en het licht in de middeleeuwse straten is magie. We vinden snel een hotel, kopen een krantje en zwerven wat door de stad. We beklimmen weer eens een toren en zitten uren over de stad uit te kijken. Musea te over ook en een paar vinden we een bezoekje waard. In het Museo dell’Opera dell Duomo vergapen wij ons aan de vele beelden die overal in de stad weggehaald zijn om ze tegen de luchtvervuiling te beschermen. Het is duidelijk dat de gemiddelde pelgrim niet meer te voet naar Rome loopt.  De tijd vliegt ook en dus tijd voor het terras. En waar vind je een plein als het Piazza del Campo in Siena om je krantje te lezen en een wijntje (of wat) te drinken. Met uitzicht op het Fonte Gaia, ongetwijfeld het mooiste fontein ter wereld, krijg je zin een Volkskrant van zaterdag. Die krant was helaas uitverkocht. Wat een impact heeft overigens zo'n wandeling in de Italiaanse Alpen. We lezen dat inmiddels in de Meega Top Honderd het Bananenlied van de Boswachters staat! Het stond in  de Telegraaf dus het kan gelogen zijn. Als de duisternis gaat dreigen gaan we shoppen. Dat is in Italië altijd een genot. Of het nu kaas is, mode, keukengerei of knopen zijn; Italiaanse winkels zien er bijna altijd geweldig uit.  In een smakelijk restaurant in de Via Banchi di Sotto drinken wij de rest van de wijn op, beginnen met overheerlijke Bruschetta van tomaat en kippenlever, vervolgen de maaltijd met Pappardelle alla Lepre en verheugen ons vervolgens al op morgen. Het lopen lonkt weer. Zelfs op een rustdag liggen wij toch weer tegen tienen onder de wol.

 

In de mist lopen wij Siena uit. We zien geen moer maar weten dat het hier prachtig is. En oude muren zijn ook heel mooi zonder dat je er overheen kunt kijken. Na een uur komen wij bij de snelweg en zijn blij als wij die, na een kilometer of 5, achter ons kunnen laten omdat wij een pad richting Murlo vinden. De mist trekt langzaam op en een ander, ruiger, Toscane ligt rondom ons. Kale, ronde heuvels met grote boerenhoeves op iedere top. Zo nu en dan een cipressenlaan. Ondanks de miljoenen Italianen met een schietgeweer, die jagen op alles tussen een kanariepiet en teddybeer, zien wij vandaag veel wild. Een prachtdig hert staat haast te poseren voor ons en overal vliegen fazanten weg, opgeschrikt door onze voetstappen. Spannend zijn vooral de slangen die voor je voeten weg kronkelen. Benieuwd of die ook met lood neergelegd worden of sterven deze allemaal vrij roemloos door het rubber van Pirelli? We wanjelen door Radi en genieten van de zon die inmiddels volop haar best doet. Zo éénmaal per uur passeert ons een Fiatje 500 of een tractor van het welbekende merk Masserati. Legendes hebben in Italië vrij vaak wielen valt mij op. Het dromen over wielen neemt toch al toe de laatste tijd. Wat is dat toch een mooie machine zo'n auto. Vanuit hier rijd je in goed twee uurtjes naar Rome.

Wij moeten naar Murlo. Ook mooi nog twee uur. Op een mooie tijd om te stoppen komen wij in Murlo aan. Bevinden ons plotsklaps middenin een politieactie. Met gierende banden doen besnorde politiedienaren hun best een mooie imitatie te geven van een echte Hollywood achtervolging. In Fiatjes, Alfa's en Landrovers stuiven ze allerlei richtingen uit en komen steevast even later uit diezelfde richting weer aanstuiven. Een politieheli verschijnt ook ten tonele. Wie of wat ze zoeken blijft geheel onduidelijk. Wij zoeken een hotel. Dat blijkt hopeloos. Alle 4 de mogelijkheden hebben hun deur voor het seizoen gesloten. En hoe mooi oud en middeleeuws de burcht van Murlo ook is, wij worden er alleen maar moedeloos van. De enige oplossing is 12 kilometer doorlopen naar Buonconvento. Het is al ruim na 4 uur. Voeten zijn vreemde dingen: die doen dat dan gewoon. Uitgewoond komen we in ons hotel aan. In een mooi, sfeervol stadje. Dat verzacht de pijn aanzienlijk. Ook het bord aan de kerk met ROME 201 km is een klein opstekertje voor ons humeur. Hotel Roma in Buonconvento is gastvrij en reuze gezellig. De maaltijd smaakt na zoveel kilometers altijd extra goed. Daar kan zelfs deze kok weinig aan doen.

 

Vandaag lopen wij naar Montalcino. Een makkie. Via een pad door het land is het slechts zo'n 18 kilometer. En dat komt goed uit na de omweg van gisteren. Een waar genot wordt de tocht. Het blijft droog, de zon komt zo nu en dan door en het is een bloedmooi pad. Langs oude kastelen, landerijen, door wijngaarden, ontelbare cipressen laantjes, langs kleine kapelletjes en tot slot een venijnige klim naar het hoog op een berg gelegen Montalcino. Deze plaats is synoniem aan wijn. Brunello-wijn wel te verstaan. De liefhebber weet dat dat een grote wijn is. We lopen het hele stadje door voordat wij een hotel vinden wat ons bevalt. Het blijkt een goede keuze. We hebben nog genoeg tijd voor een tocht langs alle highlights van Montalcino. Dat zijn er heel wat en we streven geen volledigheid na vandaag. In het imposante 14e eeuwse Fortezza bevindt zich een Enoteca: een wijn(koop)café.  We lezen dat in het Palazzo Communale op het Piazza del Popolo soms wijnconcoursen worden gehouden. Het café op dit centrale pleintje bekijken wij veruit het langst en proeven een glas van de plaatselijke trots: Brunello. De lokale politieambtenaar komt dat ook proeven en ook nog de witte, de mousserende en tot slot een klein glaasje grappa. Vrolijk vertrekt hij weer met de dienstauto. De wijn was overigens van uitstekende kwaliteit. We hebben er 's avonds bij het eten nog een glas van geprobeerd. Ook goed. In de stromende regen lopen wij terug naar ons hotel. We bidden voor beter weer morgen.

 

Ik weet niet wie erover het weer gaat daarboven maar: 'goed gedaan, mop'! De zon schijnt als we al vroeg op weg gaan. We mogen de berg weer af en lopen over een beetje glibberig kiezelpad naar de vallei beneden ons. Eenmaal beneden verdwijnen de kiezels uit het pad en wordt het modder. Wat dan volgt tart iedere beschrijving. De klei hier heeft een paar zeer handige eigenschappen voor de klusser. Maar wij zijn wandelaars. De klei plakt beter dan Pattex, zuigt beter dan Hoover en glijdt beter dan Vaseline. Het moet heel komisch geweest zijn ons daar te zien. Maar niemand ziet het. Een normaal mens waagt zich hier niet. We zakken tot onze knieën in de smurrie. Onze schoenen zijn 40 centimeter breed en 70 lang en wegen zeker 6 kilo per stuk door de klei die eraan blijft plakken. We zijn zo met het pad bezig dat wij een afslag missen en hopeloos verdwalen. Een uur later komen wij er pas achter en bevinden ons in een welhaast uitzichtloze positie in het midden van nergens. Terug is te ver en wij wagen een doorsteek via een beekje en een heftige klim. De sprong over het vrij brede beekje wordt door Karin met rugzak en al genomen voordat ze aan de overzijde nog verder in de mud wegzakt. Kortom, als we weer in de bewoonde wereld bij de mensen zijn worden we niet meer als zodanig herkend. Je zou zeggen 'eens maar nooit weer', maar een half uur later lopen wij weer op een pad en wat mooi begon wordt snel weer even hopeloos en reddeloos. Achteraf ongelooflijk dom, maar we verdwalen weer en bevinden ons plotsklaps op een boerenerf omgeven door 24(!) hels blaffende loslopende honden en een zwikje ganzen die zich ook niet onbetuigd laten. De zwermen strontvliegen voelen zich meteen thuis op onze kuiten. De boerin (ik druk mij nu erg vriendelijk uit) verzekerd ons dat we terug zullen moeten. Voor ons blijkt een groep wilde honden het pad onveilig te maken. We zijn snel overtuigd van haar woorden, vooral omdat zij haar eigen honden blijkbaar als 'tam' ziet. We worden zeer luid uitgeleide gedaan door haar viervoeters. Zo gleden en glibberden wij een ochtend door Toscane. 

Het ergste moest nog komen. Uitgeput zaten wij een tijdje te rusten nadat wij ons pad hervonden hadden en besloten toch maar weer door te gaan. Het eerste half uur ging bergop, maar voorspoedig. Toen was daar DE rivier. In droge tijden waarschijnlijk een makkie voor de atletische loper maar nu een ander verhaal. Je kon nog fragmentarisch zien waar de rotsen lagen om je voeten op te zetten voor een droge oversteek. Karin stond direct aan de spiegelgladde, stijl aflopende, oever te verkondigen dat het een klein kunstje was. Ik bleef op veilige afstand en dacht 'dat wordt niks'. Een paar boomstammetjes aandragen was mijn enige, dappere, bijdrage aan het probleem. Maar jullie weten hoe vrouwen zijn op dergelijke momenten. Ze gaan lekker gemeen op je eergevoel werken. Zelf springen ze niet even naar die eerste rots in het water, maar zeggen: "Voor jou moet dat een klein kunstje zijn om daar naartoe te springen". Met m'n ogen dicht nam ik de sprong, en het zal altijd een raadsel blijven hoe ik op dat rotspuntje op de been bleef. Daar stond ik dan: Vijftig jaar oud, vrij gezond, redelijke carrière achter de rug en totaal hopeloos. Vanaf zo'n punt in het water weet je dat wat vanaf de kant nog een kleine mogelijkheid lijkt in werkelijkheid onmogelijk is. Met mijn wandelstok voelde ik naast de rotsen: geen bodem. Terugspringen leek door de gladde, steile oever absoluut niet droog te doen. "Je hoeft mij alleen maar een hand te geven. Dan spring ik ook". Leuk bedacht, maar op een rots ter grootte van een stoeptegel is het snel slaande ruzie. Alsof ik daar heerlijk vakantie stond te vieren, bedacht Karin dat zij op blote voeten door het water ging waden. Een belachelijk plan, maar er viel niet over te discussiëren. Nog nooit heb ik iemand zo snel schoenen en sokken uit en weer aan zien trekken! Op blote voeten was de oever een spiegel en de bodem van de rivier drijfzand. Ik wil jullie er wel aan herinneren dat ik nog steeds op die kiezel in die heftig stromende rivier sta! Nu drong het ook bij onze vrouwelijke held door dat onze positie vrij hulpeloos was. Ik mocht terug. De boomstam die ik eerder in de rivier gekwakt had kwam nu van pas. Ik schakelde alle hersenfuncties uit en wandelde rustig via die half onder water liggende tak naar de oever. Volgens Karin echter ben ik met wijdopen gesperde ogen en tegelijkertijd drie choreografieën (van Van Manen, Kylian en De Keersemaacker) door elkaar dansend naar de overzijde gecaramboleerd. Spijtig genoeg was in dit geval de overzijde ook mijn vertrekkant. Voor de derde keer deze dag moesten wij weer terug. Lopend, en de modder van half Toscane, inmiddels niet meer alleen aan onze schoenen, meetorsend. Half in het donker kwamen wij die dag via Bagno Vignoni, doodmoe, in Vivo d'Orcia aan. Toch mooi op 940 meter hoogte, toch mooi in prachtige herfstkleuren met zicht op de Monte Amiate, toch mooi weer gehaald. Met onze zakmessen waren wij nog tot laat in de avond bezig onze schoenen schoon te bikken. Het was een mooie dag en de naam van die rivier is Torrento Aso.

 

Die ochtend was het gewoon weer vrijdag en hadden wij 11 weken lopen achter ons. Over een dag of 10 (15 november) zijn wij in Rome en sluiten wij een groot avontuur af. Onze benen zeggen ons: blij toe. De rest wat we meetorsen is ook versleten dus misschien is het mooi geweest. Maar voor die tijd moeten wij nog wat kilometertjes lopen en vandaag ziet het er goed uit. Het heeft de hele nacht geregend, dus paden zijn uit den boze, maar het weggetje naar Abbadia San Salvatore is ook heel idyllisch. Uitbundige herfstkleuren en de meest waanzinnige vergezichten begeleiden ons op een kalm najaarswandelingetje. Monte Amiata ligt weer imposant te wezen en flarden wolken komen regelmatig het uitzicht bederven. In Abbadia bekijken wij een prachtige basiliek uit de 8e eeuw en lopen wat door het middeleeuwse stadje. De volgende etappe brengt ons in Piancastagnaio. Het kastanjestadje. We zijn er al rond enen, dus dat geeft ruimte voor een kleine inzinking en een wandeling door het stadje. We zitten lekker in het zonnetje over het oude stadje uit te kijken en mijmeren over Rome en hoe daar in Godsnaam te komen. Vanavond blijkt het restaurant in ons hotel gesloten. We eindigen in het plaatselijke jeugdhonk voor ontspoorde jongeren, waar de gokkast roept 'Touch me, touch me'. Het helpt en tijdens onze maaltijd zegt de kast alleen nog maar 'bliep, bliep, bliep'.

Jean.

 

In de volkskrant gelezen (want die lézen wij natuurlijk wél) dat er ooit een, tot nu toe nog niet opgeheven, verbod van pauselijke hand is gelegd, voor vrouwen, op het lopen van een pelgrimsroute. Het schijnt dat in vroeger tijden de vrouwen zich prostitueerden om onderweg in leven te kunnen blijven. Vraag me af of er sinds dat verbod nog vrouwen geweest zijn die zich als pelgrim op Gods wegen hebben begeven. Ik heb me in ieder geval niet geprostitueerd (tot nu toe) en ben bijna in Rome. Zou hiermee het verbod opgeheven kunnen worden of is daar meer voor nodig? Moet ik daarvoor, zonder condoom uiteraard, bij de paus op audiëntie misschien?

Ter correctie; die maogere skarminkels van vorige week. Dat wil ik even rechtzetten om teleurstelling te voorkomen (Ben mijn eigen teleurstelling daaromtrent nog niet te boven). Ik ben nog net zo mollig als ik was, (veel te gek op pasta). Het ziet er slechts wat gestroomlijnder uit. Jean daarentegen begint weer te lijken op de Adonis met wie ik 15 jaar geleden voor het eerst naar Rome vloog.

Na het wandelen, banjeren en wanjelen, dankzij de toscaanse kleigrond, nog een nieuwe vorm van voortbewegen ontdekt: Banjelen. Wat weer een nieuw  avontuur opleverde. Mijn leven heeft me geleerd nieuwsgieriger te zijn dan bang. Dit zinnetje las ik in een mooi boek vol boeddhistische wijsheden, vlak voordat we vertrokken. Ik herkende mezelf er toen al in. Inmiddels heeft dit inzicht verdieping gekregen. Misschien gaat Jean wel solliciteren bij het Nederlands Danstheater?

Karin

 

Geef een reactie