Dicksons Refugio

28-12-2002


Refugio Dicksons and beyond

De vierde dag. We ontbijten bij de cowboy. Een half uur later dan afgesproken. Hij wil ons bijna de stallen schoon laten maken. We lopen vroeg. Mexico vertrekt tegelijkertijd. Taiwan, drie jonge lopers uit het voormalige Formosa die we enige dagen voorbij hadden zien komen, zit ons op de hielen. Ze dragen 120-liter rugzakken met een enorme hoeveelheid voedsel. Ze zijn maar studenten en het eten hier is ze te duur. Het pad begint rustig en bloemen in alle soorten omringen ons. Weldra begint het klimmen en de Mexicaanse dochters snellen ons al voorbij. Het pad is erg smal en stijl, de afgronden diep. We komen voorbij een prachtig helder bergmeer in de vorm van een hoefijzer. Dit volgens het routeboekje. Die vorm zien we pas in al zijn glorie als we nog eens 200 meter tegen de berg opgeklommen zijn. Maar tegen die tijd hangt er een fijn waas van vermoeidheid en snot voor onze ogen. Eenmaal over de top is het uitzicht adembenemend. En we hadden het al zo moeilijk. Voeg daarbij de harde stormwind die ons onmiddellijk om de oren en vol in het gezicht blaast en alleen een zware astmapatiënt weet ons gevoel op dat moment op waarde te schatten. Genieten wordt het pas echt als het daarna naar beneden gaat. Alpineskiën was al nooit mijn sterke punt. Maar de zwaartekracht doet zijn werk en toch nog ruim op tijd voor de tonijnsalade van half één zitten we in de zon op Campamento Coiron te genieten van een heerlijke lunch. Wat er niet allemaal in een rugzak past. Later die middag, na uren in een soort moeraslandschap gelopen te hebben door een heel smal greppeltje dat als pad dienstdeed en vele riviertjes te hebben overgestoken, komen we weer op bergachtig terrein. Het weer is somber, de luchten onheilspellend. Soms vallen er druppels als voorbode van iets heftigs. Na een laatste gemene klim wordt onze adem benomen door schoonheid: diep beneden ons ligt een ansichtkaart te wachten. Een groene wei met wat paarden, een paar schuren, een llodge met daarachter een groepje tentjes en omsloten door prachtig diepblauw water met als achtergrond hoge bergen met enorme gletsjers die van de hellingen zo het water in schuiven. Ondanks de koude wind krijgen wij het al warm als we aan het knappende hardvuur in de Dicksons Refugio denken. Tot het besef tot ons doordringt dat we daar helemaal geen bedden geboekt hadden. Een laatste, onbeschoft steile helling af en daar lopen we door een prachtig bloemenveld naar ons einddoel voor vandaag. De regen begint te vallen. Drie rondjes om de plek die we uitgekozen hadden op waterbestendigheid en enige bescherming tegen de wind biedend doet ons in wanhoop, tegen beter weten in eigenlijk, naar de Refugio lopen. Maar ze hebben twee plaatsen. Twee minuten en 15 seconden later zitten we aan de Gato Negro: een Grand Cru uit karton. In de hut andere lopers en een stel macho cowboys, zo overdreven echt dat het lijkt of je op de set van de Chileense versie van The Good, The Bad and The Ugly terechtgekomen bent. Met dit verschil dat ze blijkbaar alleen acteurs voor The Ugly hebben kunnen vinden. Karin, en de andere aanwezige vrouwen duidelijk ook, denkt daar totaal anders over. Geconfronteerd met zoveel zweterige stoere binken, overlopend van de adrenaline, besluit ik maar naar buiten te gaan om paarden te fotograferen. Hier kan ik toch niet tegenop. Ik heb eigenlijk alleen maar zere voeten. Buiten is het leuk. Een paar cowboys in de leer zijn met de paarden bezig. Mooie beesten. Oude, primitieve zadels, prachtig verweerd tuig, strak geschoren paardenhaar. Veel paarden ook. Veertig tot vijftig dicht opeen. Dan, plots, geroezemoes, opwinding, een wedstrijd. Twee van de meest opgefokte wilde boys nemen het tegen elkaar op. De paarden worden gekozen, gezadeld en geborsteld.  De toeschouwers verdelen zich in kampen. Er wordt geschreeuwd, gefloten. Dan, zonder waarschuwing, de start, de race. Even snel is het weer voorbij. The Ugly heeft gewonnen. Trots galoppeert hij terug naar de barakken. Schouderkloppen. Een hand. Het groepsportret. Je ruikt het zweet ervanaf. De regen begint weer. Iedereen gaat naar binnen. Wij, de Mexicanen, en André, net leren kennen. Uit Brazilië. Loopt alleen. Binnen maken we nog kennis met Doreen en Thomas uit Duitsland en hun gids Christian uit Puerto Natales. Gids in zijn vrije tijd. Is normaal barman op de Falklands. Het enig mogelijke beroep daar, lijkt mij. Verder ontmoeten wij Sybille & Markus. Duitsers uit San Francisco. Ook met gids: Paolo. Zijn naam klopt met zijn uiterlijk. Het wordt een heel genoeglijke avond met veel Gato Negro. En, heerlijk eten. Alleen die arme Taiwanezen koken grote pannen vol onbestemd trekkersvoer.

 

Geef een reactie